dinsdag 19 februari 2013

In dromen verscholen


Hoe kan je in gedachten ver weg dromen van waar je mee bezig bent op dat moment. Dit gevoel kreeg ik bij het zien van deze afbeelding.
….
….
Met de ogen stijf gesloten
zelfs  mijn armen er nog overheen
bedenk ik me waar ik ben gebleven
ik voel me zo verdomd alleen

Waar heeft hij  zich toch verscholen
ik moet hem  vinden, hoe dan ook
wegdromend denk ik aan vroeger
ik weet nog heel goed hoe hij rook

Hij mocht zo graag met mij spelen
wat heeft hij me veel geleerd
alle kunstjes, alle kneepjes
nooit heeft hij me toen bezeerd

Ik verstopte mijn gevoelens
hij  zocht ze op, net zo lang
tot ik het verschuilen staakte
en uit mijn schulp tevoorschijn  kwam

Nu niet wegglijden in vroeger
wat geweest is is geweest
Bij de tijd moet ik nu blijven
heden is het grote feest

Hoeveel pakjes zou ik krijgen
acht, negen, misschien wel tien
O ja, ik weet weer waar ik was gebleven
wie niet weg is is gezien
Ik kòòòm

© Dana Martens

maandag 18 februari 2013

Sluipmoordenaar

De sluipmoordenaar, pakt hem en haar, geen verschil tussen jong en oud, goed of fout.


Mijn gehate moordenaar is met geen valsheid en gemene woorden te bestrijden. Listig zinspelen helpt niet, wie met hem te maken krijgt, kan alleen nog maar vechten, soms tot de dood erop volgt, soms met een enkele overwinning tussendoor. Maar hij blijft je toch achtervolgen en steekt van tijd tot tijd de kop weer op.

Slopende sluipmoordenaar

Buiten proporties pijnlijk
bedrieglijk boosaardig
misdadig, inhumaan
erbarmelijk kwaadaardig.
Geliefden moe gestreden
verteerd me zo met nijd,
door verlies in verleden
groeit haat met de tijd.

Verziekt verteerd verwrongen
er is geen uitweg meer
Diep binnengedrongen
gezwel groeit gruwend zeer
Opgeven afgedwongen
nee, niet opnieuw, niet weer.
Sterker dan een stalker
slopend sluipmoordenaar

Woedende wraak is zinloos
Zag het al bij zo velen;
Ze werden moedeloos
Angst slaat om in afkeer,
het bange om in boos,
mijn vrees verwordt in vechtlust.

Vernietigend gezwel.
vernederd me tot spugen
verkankert heel mijn lijf
verslaat mijn ingewanden.
Vernietigen wil ik je,
vernederend bespugen,
verkankerend uitschelden,
verslaan met al wat rest.

Bitter geleden, moe gestreden
veel geleerd en weer is ‘t gelukt
krankzinnig buiten zinnen
om dit kwaadaardig kanker gezwel
tot de volgende keer
te overwinnen.