vrijdag 31 mei 2013

Staande ovatie

Trots en goedkeurend kijk ik naar het resultaat. Geweldig, ik heb mezelf weer eens overtroffen. En net op de valreep klaar. Kan het beter? Kan het mooier? Maar nu komt de hamvraag. Zouden de pakken passen. Het is al even geleden dat ik de maten opgenomen heb. Wellicht zijn de personen teveel gegroeid, al heb ik hier natuurlijk wel wat rekening mee gehouden. Voornamelijk stretchstoffen heb ik gebruikt in de naden van het ene pak, het tweede kostuum heb ik ruim genomen. Dat komt nog beter tot zijn recht wanneer het een beetje groot uitvalt. Een beetje gespannen roep ik de ‘cast’ binnen. Eindelijk is het moment suprême daar. Het ene pak zit als gegoten, ik voel me steeds blijer worden, het andere pak valt ruim. Precies zoals ik mij voorgesteld had. Het kleine ventje kijkt me een beetje zenuwachtig aan. Met een bang piepstemmetje vraagt hij me of zijn pak niet wat te groot is. Glimlachend stel ik hem gerust: “Precies goed, je ziet er geweldig uit, veel succes straks op het toneel.” Ik druk hem een kus op zijn bolletje en zet daarna zijn bijpassend hoofddeksel op zijn hoofd, sla nog even licht de mouwen om.
“En jullie zien er ook schitterend uit, niet van echt te onderscheiden!” Met een bemoedigend klopje op de hals van de voorste, en een liefdevol tikje op de billen van de achterste wens ik de twee jongens in het andere pak ook succes. Daar gaan ze, het toneel op. Het doek gaat op. Tussen de coulissen geniet ik van de verbaasde geluiden uit de zaal.
“Nee…. dit kan niet….. wauw…. wat een fantastische kostuums…..
Vooral dat paard, net echt…. “
Dan volgt een staande ovatie.

donderdag 9 mei 2013

Een tip aan een oude schoolvriendin



Ze is geen steek veranderd, mijn oude schoolvriendin. Misschien wat dikker geworden hier en daar, maar wat extra vet op de botten kon ze best gebruiken. Ik ben haar tegengekomen in het ziekenhuis, in de wachtkamer van de cardioloog. Mijn man moest zo nodig op controle, sleepte mij natuurlijk mee en daar zat zij ook. We herkenden elkaar gelijk, ik haar aan haar haar, dat zag er nog net zo uit dan toen ze in de schoolbanken voor me zat, zij mij aan mijn hoge gil: “Heeeee.”



Nadat ze klaar is met haar trimprogramma en de fietsproef besluiten we om een kopje koffie te gaan halen in het restauratiegedeelte van het ziekenhuis. Ik bestel een roomboteramandelpunt erbij, zij zegt dat ze aan haar figuur moet denken en neemt alleen een kopje koffie, zonder melk en suiker. Ik maak haar een complimentje over haar mooie oranje outfit en zij vertelt me dat ze thuis een paar bijpassende roodwitblauwe beenwarmers heeft. Ze babbelt wat over haar vrijwilligerswerk en zit nerveus te plukken in het aardappelplantje wat op onze tafel staat. Net als ik daar een opmerking over wil maken stelt ze me de vraag.
“Uh Dana, ik weet niet goed hoe ik erover beginnen moet, maar weet jij nog van die tip? Ik heb hem opgevolgd, maar heb nog steeds geen haargroei daar.”
Ze roert in haar zwarte koffie om zich een houding aan te meten. Ik verslik me in mijn amandelpunt. En of ik dat nog weet, het schaamrood vliegt me gelijk naar mijn kaken.
“Och lieverd, dat was maar een grapje, net zoals dat ik er een permanentje in had laten zetten in Parijs. Ik heb daar nooit stijl haar gehad, de krulletjes zijn puur natuur.”
Ik kan er niet over uit dat ze echt zoals ik haar aangeraden had, met haar kale poes in de koeienmest was gaan zitten.