Ze is geen steek veranderd, mijn oude schoolvriendin. Misschien wat
dikker geworden hier en daar, maar wat extra vet op de botten kon ze
best gebruiken. Ik ben haar tegengekomen in het ziekenhuis, in de
wachtkamer van de cardioloog. Mijn man moest zo nodig op controle,
sleepte mij natuurlijk mee en daar zat zij ook. We herkenden elkaar
gelijk, ik haar aan haar haar, dat zag er nog net zo uit dan toen ze in
de schoolbanken voor me zat, zij mij aan mijn hoge gil: “Heeeee.”
Nadat ze klaar is met haar trimprogramma en de fietsproef besluiten we om een kopje koffie te gaan halen in het restauratiegedeelte van het ziekenhuis. Ik bestel een roomboteramandelpunt erbij, zij zegt dat ze aan haar figuur moet denken en neemt alleen een kopje koffie, zonder melk en suiker. Ik maak haar een complimentje over haar mooie oranje outfit en zij vertelt me dat ze thuis een paar bijpassende roodwitblauwe beenwarmers heeft. Ze babbelt wat over haar vrijwilligerswerk en zit nerveus te plukken in het aardappelplantje wat op onze tafel staat. Net als ik daar een opmerking over wil maken stelt ze me de vraag.
“Uh Dana, ik weet niet goed hoe ik erover beginnen moet, maar weet jij nog van die tip? Ik heb hem opgevolgd, maar heb nog steeds geen haargroei daar.”
Ze roert in haar zwarte koffie om zich een houding aan te meten. Ik verslik me in mijn amandelpunt. En of ik dat nog weet, het schaamrood vliegt me gelijk naar mijn kaken.
“Och lieverd, dat was maar een grapje, net zoals dat ik er een permanentje in had laten zetten in Parijs. Ik heb daar nooit stijl haar gehad, de krulletjes zijn puur natuur.”
Ik kan er niet over uit dat ze echt zoals ik haar aangeraden had, met haar kale poes in de koeienmest was gaan zitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten