donderdag 25 april 2013

'Niemand mag het weten', de eerste stappen zijn gezet (deel 2)

“Dana, leuk je te zien,” een stevige prettige handdruk vergezelt de stem. Geen zoen, gelukkig maar. Omdat ik de eerste schrijfster ben die gearriveerd is, krijg ik even de gelegenheid om tot rust te komen. Mijn collegae zullen later komen. Met een big smile neem ik plaats in de fauteuil, bestel bij een toesnellende ober een koffie, op zijn vraag of ik nog een speciale koffie wil, geef ik glimlachend antwoord: “Gewone koffie graag.” Ik voel me vandaag al speciaal genoeg, denk ik erachter aan. Ik zou wensen dat ik het hardop durf te zeggen, maar voorlopig hou ik me maar rustig op de achtergrond en geef beleefd antwoord op de vragen van Sandra. De koffie smaakt, het luxe koekje laat ik nog even liggen, het kleine glaasje water wat er naast geserveerd wordt laat ik staan. Het zou eens een kleurloos likeurtje kunnen zijn, ben zo al wiebelig genoeg. We praten ontspannen met elkaar. Het is alsof ik met een kennisje gewoon even aan het theeleuten ben. Weliswaar met koffie en cappuccino, maar een kniesoor die daarop let.

Na een kleine tien minuten komt een vrouw bij de tafel naast de onze vragen of die vrouw die daar zit Sandra Di Bortolo van uitgeverij Fenikso is. Ik al druk zwaaiend naar haar dat ze bij ons moet zijn, maar klaarblijkelijk spreken we elk een andere gebarentaal. Sandra staat dus maar op en trekt als het ware de zoekende vrouw naar de juiste tafel. Het is Lonneke. Logisch, denk ik, ze ziet er ook uit als een Lonneke. Al vrij snel komt nummer drie ook, Ellen ziet er niet echt als een Ellen uit. Ik voel me lichtelijk nietig worden naast die twee goedgebekte tantes collegae. Gaandeweg word ik steeds stiller en luister naar de intelligente vragen van de andere dames. Sandra vertelt wat over de uitgeverij en het boek, de publiciteitscampagne van het vorige boek, over hoe het verder gaat, wat er van ons verwacht wordt, wat over het contract en vraagt ons iets over onze verhalen aan elkaar te vertellen.

Hier sla ik compleet dicht. En ik bedoel niet omdat “Niemand het mag weten”, maar ik weet me geen raad hoe en waar ik moet beginnen te vertellen. Eerst laat ik de andere dames dus ook maar lekker veilig voorgaan en luister geïnteresseerd naar hun verhalen. Intussen panisch zoekend naar woorden waarin ik mijn verhaal zal beschrijven. Van de andere twee verhalen krijg ik niet veel mee. Lonneke praat te zacht om boven het geroezemoes waar de ruimte mee gevuld is uit te komen. Ellen en Sandra schijnen hier geen last van te hebben, dus ik doe het ook maar met die paar woorden die ik wel kan opvangen. Ellen is wat beter te verstaan, maar niet te volgen voor mij. Teveel prikkels bereiken me van alle kanten, daar komt nog bij dat ik bedenken moet hoe ik straks mijn relaas moet doen. Het schaamrood vliegt me naar de kaken, wanneer de drie hun aandacht op mij vestigen.
“Nou Dana, vertel…,”
“Uh,” begin ik, vrij sterk, : “ Ik zou niet weten hoe ik moet beginnen.”
Heel rustig neemt Sandra het hier van me over. “Het is inderdaad een heel lastig verhaal om te gaan vertellen, zal ik een poging wagen?”
“Graag,” verzucht ik. Wat moeten ze wel niet van me denken. Vol vuur begint Sandra over mijn verhaal te vertellen. Inhoudelijk ga ik hier nu niet op door, tja, “Niemand mag het weten”

Na nog wat vragen van Lonneke over haar eigen verhaal of ze daar geen last mee gaat krijgen bij het gebruik van namen voor bepaalde personages, gaan we de contracten tekenen. Ik zet 10 x een paraaf en één keer een handtekening op het contract wat voor de uitgever bedoeld is, en steek mijn eigen pak papier bij me. We drukken handjes met elkaar, het voelt allemaal heel officieel aan.
Dan komt Sandra met een vraag iets over ons zelf te vertellen, wat we doen in het dagelijks leven, wat we met ons schrijven doen. Weer laat ik de andere twee voorgaan. Ditmaal niet omdat ik niet weet hoe het te vertellen, maar meer om wat ik kwijt wil. Dat is voorlopig nog niet zoveel. Wanneer ik de beurt krijg vertel ik echter toch iets meer, dan ik oorspronkelijk van plan was. Wat?

Nou ja, daar kom ik in een vervolg wel op terug

Wordt dus klaarblijkelijk weer vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie posten