zondag 21 april 2013

'Niemand mag het weten' : De eerste stappen zijn gezet

Een paar fikse petsen op mijn wangen zorgen voor de nodige blosjes. Wat ministompjes op mijn ogen geven net een vleugje blauwgroene schaduw, net genoeg. Ik bijt mijn lippen rooddoorbloedend. Mascara heb ik niet nodig. Mijn natuurlijke uitstraling is toereikend. Gelukkig ben ik niet doorgegaan met de wens van iemand uit mijn verleden. Ooit heb ik nog een korte opleiding tot model en mannequin gevolgd. Ik leerde hoe ik me zo elegant mogelijk moest omdraaien en hoe ik een bril af moest nemen om een intelligente uitstraling te krijgen. Die opleiding werd nogal wreed onderbroken door tussenkomst van een aantal hersenbloedinkjes en meer van dat soort ongein. Gelukkig maar.

Het heeft allemaal zo moeten gebeuren en zo moeten zijn zoals het was. Het had een doel, dat weet ik nu zeker. Ik moest ik worden en mijn eigen dromen nastreven in plaats van die van iemand anders. De egoïste is geboren. Nu denk ik nog wel aan anderen maar óók aan mezelf.
Nog een snelle blik in de spiegel en een bemoedigend knikje van die vrouw die mij aan zit te kijken. Ik ben er klaar voor. Vluchtig controleren of ik alles bij me heb. Medicatie, verschoningen, pen en papier, borstel, telefoon, belangrijke nummers, portemonnee, treinkaartje en reisinformatie. Check, bijna alles is er, nog snel even een korte speurtocht naar mijn verstand, ik kan het in de gauwigheid niet vinden en neem dus maar genoegen met dat beetje zelfvertrouwen wat ik echt nodig heb om de rit goed te doorstaan. Manlief levert me keurig af op het station, hij wenst me succes en drukt me op het hart om vooral goed op mezelf te passen. Met een glimlach probeer ik hem gerust te stellen, maar weet dat ik daarin pas zal slagen bij veilige thuiskomst. De lieverd is tot dan nog geladener dan een hoogspanningskabel. Pure liefde. Gelukkig maar.

De treinreis duurt een half uur. Vroeger heb ik veel op ditzelfde traject gereisd. In mijn beleving is dit de eerste keer. De voorbijtrekkende bomen, huizen, wegen, weilanden, rondhobbelende beesten, alles is nieuw voor me. De wagon is nog niet halfvol. De vrouw waar ik tegenover ga zitten kijkt me afkeurend aan. Ze spreekt haar gedachten niet uit, maar haar gezicht vertaalt haar denkwijze voor me: ‘Waarom ga je niet ergens anders zitten? Er is toch plaats zat?’ Ze moest eens weten dat ik dit enkel en alleen doe om niet onzeker over te komen. Ik had me voorgenomen hoe dan ook, een gesprek in de trein aan te knopen. In plaats van mijn voornemen waar te maken bekijk ik de andere mensen en ontwijk hun blikken, net zoals ze de mijne ontwijken. Ik heb genoeg aan mezelf en meer dan genoeg aan mijn eigen gedachten. Gelukkig maar.

Eenmaal op het station aangekomen stap ik wat aarzelend uit. Het station in Zwolle ziet er zo heel anders uit dan in mijn herinnering, ik moet mij voor een kort moment oriënteren waar ik sta en waar ik naar toe moet. Lukraak kies ik de juiste richting, ’t is nog vroeg, nog niet eens kwart voor twee loop ik langs het Hotel Wientjes. Twee uur heb ik daar een afspraak met uitgeefster Sandra en twee van de negen andere schrijfsters van de bundel ‘Niemand mag het weten’. De ingang is hoog, je moet er een trap voor op, met kloppend hart loop ik verder, de zacht neerkomende regendruppels negerend. “Ik had een plu in mijn tas moeten stoppen,” fluister ik heel zachtjes, daar gaat mijn kapsel. “Ik had naar binnen moeten gaan, niet zolang moeten aarzelen, een trap beklimmen is helemaal niet erg. Ik kan het best, moet me gewoon vast houden aan de leuning. Da’s helemaal niet gek, daar zijn leuningen voor.” Wanneer ik aan het eind van de straat ben draai ik me om en loop langzaam weer de hele weg terug naar het station. Het stopt met regenen. Voor de tweede keer, ditmaal niet lukraak, wandel ik richting mijn afspraak. Ik zie mijn spiegeling in een donker raam, mijn haar ziet er nog redelijk uit. Gelukkig maar.

Acht minuten voor twee duw ik de deur van Hotel Wientjes open, tot zover heb ik het gered. Wat nu? Links, rechts, of rechtdoor?
“Waarmee kan ik u helpen?” De vriendelijke receptioniste achter de balie kijkt me vragend aan. Nu wordt er van mij verwacht dat ik iets terug zeg. Ik stamel uit dat ik een afspraak heb met Sandra Di Bortolo. Wanneer ze zegt dat niemand met die naam zich bij haar gemeld heeft, vraag ik me af of ik de uitspraak wel juist had. Een lichte paniek overvalt me. Ik zit hier toch wel goed? Wat nu als het allemaal enkel in mijn fantasie bestaat. Wat nou als niemand iets weet van het hele gedoe van ‘Niemand mag het weten’?
“Zoekt u maar gewoon even een plaatsje uit. Dan verwijs ik haar wel door, waar gaat u zitten?” De baliemedewerkster blijft geduldig wachten tot ik haar antwoord geef. Ik trek mijn jas uit, hang hem aan de kapstok en denk dan te zeggen dat ik nog een plaats moet zoeken. Loop dan tussen een rij tafels door. Daar achterin, in een knus hoekje met grote fauteuils zie ik een vrouw zitten met donker haar en een bril, zou dat??? Er valt een last van mijn schouders wanneer zij mij ook schijnt te herkennen. De vrouw staat op en geeft me een hand. Ik heb het gered, voor het eerst van de dag ontspan ik een beetje. Gelukkig maar.

Wordt natuurlijk vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie posten