vrijdag 31 januari 2014

De bui der ellende die overdreef

Voor de januariuitdaging van schrijvelarij geschreven met  steekwoorden van Roelande:

Regenbui, tube lijm, theepot, uithangbord, luidspreker, placemat, bankstel, boeket, huurschuld, snijmachine

 

Het enige waar Victoria met smart op zit te wachten is een regenbui. Die zou misschien in staat zijn om haar ellende weg te spoelen. Ze heeft het al geprobeerd te repareren met een tube lijm. Het was onbegonnen werk. Een kapot gevallen theepot zou misschien lukken, de scherven van haar stuk gevallen leven ermee lijmen, lukte niet.

Een traan glijdt over haar wang wanneer ze nog een laatste blik werpt op het uithangbord met de tekst, DE ENIGE ECHTE en daaronder een zootje zoeltjes.

"Het zal me een worst zijn" zegt ze hardop in een wanhopige poging onverschillig te klinken. De snijmachine was de druppel geweest, toen ze die verpand had om een deel van haar huurschuld mee af te lossen had ze zichzelf flink in de vingers gesneden. Zonder degelijk gereedschap kon ze de worstenmakerij niet open houden. Victoria dacht de klus handmatig te kunnen klaren, maar de messen waren te bot geweest, ze had ze te lang verwaarloosd en was voor de charmes van de vooruitgang gevallen.

"Een buil ben ik me gevallen", fluistert de vrouw, terugdenkend aan de tijd dat de slager nog een ambacht was. Hoe had ze zich toch in vredesnaam zo kunnen laten verleiden door de modernisatie.

Ze had zich zo vergist. Zich in laten pakken door een boeket bloemen, waarmee de vertegenwoordiger van het meest geavanceerde slagersgerei  aan kwam zetten. Bedwelmd door de zoete geuren was het vieze luchtje haar ontgaan, ze was er doodleuk ingestonken. Of had ze zich laten misleiden door de zachte kussens van zijn bankstel. Ze was er finaal in weggezonken, hij had haar overrompeld door zijn eigen kussen, die vlinders in haar buik deden rond dwarrelen. Het was een roze wolk geweest, waarop ze had gezeten.

Onder het open raam van haar flatje had de charlatan  haar een serenade gebracht. Hij had gejoeld door een luidspreker en haar de liefste van het heelal genoemd.

 

De tekst van het lied dreunt nu nog na in haar hoofd.

Ik wil een placemat met je delen

samen smullen van één gehaktbal

ik wil je met mijn zoenen strelen

je bent de liefste van het heelal

ik had het nooit verwacht

je hebt mijn hart geslacht

 

Zijn hart was het niet die geslacht werd. Het is nu haar hart wat hij vermorzeld heeft. Tot Victoria die megabestelling bij hem geplaatst had was zij zijn grote liefde geweest. Toen er niets meer aan haar te verdienen was, had hij zijn luidspreker onder het raampje van de bakkersvrouw verplaatst.

De samenpakkende wolken zijn allang niet meer roze. Donker dreigend van kleur zijn ze. Zal daar een stortvloed uit voortkomen? Ze kijkt naar de spiegeling in het water van de ondergaande zon.

De wolken drijven over, de lucht wordt zwart. Regen blijft uit. Ze snikt. De hoop op zonneschijn na de regen is haar dus ook niet gegund. Zo blijft ze de hele nacht zitten aan de rand van het meer tot de dageraad weer aanvangt.

"Wat de zon kan, kan ik ook!"

De zon komt op.

Victoria komt eveneens  op, voor haarzelf, Regen heeft ze niet meer nodig. Ze verdrinkt niet langer in haar verdriet. De  scherven van haar gebroken relatie zijn het treuren niet waard. Het slagersmes zal ze niet meer aanraken maar het heft van haar leven neemt ze wel weer opnieuw in handen. De andere kant van het mes is ook vlijmscherp en nog heel goed bruikbaar.  Het wordt tijd voor haar om een ander pad in te slaan.
 

Het verzopen katje wat dacht misbruikt te worden

Met een dikke vette zelfspottende knipoog geschreven voor de januariuitdaging van schrijvelarij met steekwoorden van Chantal.

 
 
 
 
 
Hij kijkt me meewarig aan.

 "Daantje, Daantje", een zucht onderstreept de ernst van zijn woorden. Ik was overvallen door een regenbui en toen ik de modderplassen wilde ontlopen stapte ik pardoes in een berg hondenpoep. Ik voelde me als een verzopen katje en vond mezelf superzielig. Het was alsof hij mijn enige redding was en ik werd al onpasselijk bij de gedachte eraan. Waarom was het kattenluikje dan ook niet groter, kon ik daardoor naar binnen, in plaats van hier noodgedwongen aan te moeten bellen.

Hij neemt me op van onder tot boven en trekt zijn neus op.

" Wacht hier maar even."

Hij gaat zeker geen handdoek halen, denk ik. De uitzuiger. Hij wil vast hier een slaatje uit slaan. De man is op de hoogte van mijn financiële situatie, weet dat ik in geldnood zit. Waarom heb ik ook uitgerekend hier aangebeld? De griezel achtervolgt me al een tijdje.  Wanneer hij maar niet met me naar bed wil. Allerlei doemscenario's passeren de revue. In mijn gedachten  zie ik hem al terugkeren met een assortiment smaakjescondooms waaruit ik mijn keuze mag maken, aardbei, banaan, sinaasappel...  alvorens het echte wippen gaat beginnen.

"Daantje, daantje, trek je kleren maar uit!"

Ik krijg meteen kromme tenen.

"Ja, je vat nog kou in die natte plunje, het is hier warm zat om in je ondergoed te zitten." Hij grijnst van oor tot oor en reikt me een badlaken aan om me af te drogen. Enigszins beschaamd trek ik mijn natte kloffie uit, ros mijn haren droog en volg de man naar een kamer waar het inderdaad behaaglijk warm is.

"Wat is je favoriet, aardbei of een andere smaak?"

Zie je wel, daar heb je het al, denk ik terwijl ik aan de placemat die op tafel lig frunnik aangezien ik niet weet waar ik met mijn handen naar toe moet.

"Nou?" , hij verwacht echt een antwoord.

"Wanneer je dat liever hebt, heb ik ook wel gewone. Maar dacht dat vrouwen altijd de voorkeur gaven aan smaakjes. Ik heb ook wel kruidenthee."

Om mijn misvatting te verbergen vraag ik maar of hij ook koffie heeft. Intussen dwalen mijn ogen de ruimte rond. Wat een bijzondere kamer is dit. Het ademt een griezelige sfeer uit en gek genoeg ook een rustgevende. Mijn blik valt op een wand vol boeken.

"Neem plaats", zegt mijn gastheer: "Ik moet je wat bekennen."

Terwijl ik ga zitten op een stoel met grappige leuningen kom ik langzamerhand tot de ontdekking dat dit geen gewone stalker is.

"Daantje, ik volg je al een tijdje en ik zat te wachten op het geschikte moment waarop ik je kon vertellen en laten zien wat ik voorbereid heb. Ik ben helemaal ondersteboven van je, een fan geworden en ik denk een oplossing te hebben voor je geldproblemen. Je bent een goudmijntje."

Als ik het niet dacht, zie je wel, hij wil me betalen voor mijn diensten, me mogelijk verhuren, in ieder geval geld aan me verdienen. Er loopt een rilling over mijn ruggengraat, Ik voel me niet echt op mijn gemak in mijn nauw aansluitende korset.

"Hier, lees zelf maar," de man drukt een boek tussen de armleuningen in, ik voel me gevangen en kan niet anders dan lezen.

Al lezende sperren mijn ogen steeds verder open. Dit kan niet. Dit is te bizar. Ik lees en lees, het ene korte verhaal na het andere. Stuk voor stuk een beetje merkwaardig, sommige een tikje romantisch, maar wel met een spottende ondertoon, onwerkelijke verhalen, vreemde uitlatingen, bizar, zot, te raar, soms eng, maar allemaal hebben ze één ding gemeen. Ze zijn uit mijn brein ontsproten.

Wanneer ik uitgelezen ben kijk ik hem vragend aan.

"Ja, ik heb ze gebundeld. Al je verhalen die je geschreven hebt voor schrijvelarij. Je fantasie is goud waard Daantje."  
 

donderdag 30 januari 2014

De charmes van Ursula Bolcom

Januariuitdaging schrijvelarij , met speciale dank aan Roelande voor haar stimulerende woorden

 

Verdorie, dat is toch geen porum, die afgekloven stompjes. Ze moeten bijgewerkt worden en weer kan ik mijn nagelvijl nergens vinden, die stomme hond van me zit er vast weer achter. Altijd probeert hij roet in het eten te gooien wanneer we op stap moeten. Dan maar die lange glanzend satijnen handschoenen uit de kast halen. Het staat fantastisch  bij de rest van mijn outfit  en ik hoef mijn nagels niet te  lakken, die verfkwast kan ik dus ook mooi met rust laten. Ik fluit op mijn vingers om Dog bij me te roepen. Tover hem gelijk om tot God, nou ja, ik kan er ook niets aan doen. Ben nu eenmaal een fervent liefhebber van het anagram.  En Dog ziet er hemels uit als hij de metamorfose ondergaan heeft. Dus de nieuwe naam, is zo gek nog niet. 

"Ja, ja", zeg ik tegen de treurig kijkende hondenkop: "Je hebt hier een gruwelhekel aan, maar van lucht en liefde alleen leef je niet lang. We moeten wel aan de bak en 't is nou eenmaal de tol die we moeten betalen voor het regelmatig verschijnen op de beeldbuis. Iedereen kent ons, men is veel te terughoudend en op hun hoede."

Het lastigst zijn de oren, dat vergt veel geduld  om die onder de siliconenlatex te verstoppen, ik pruts net zolang tot het goed zit. Strak in het 'pak'. Een dun elegant halsbandje completeert het geheel.

"Zo oude jongen. Je bent er ook weer klaar voor."

Nou nog even de verfkwast over het brik in de garage halen, de cirkelzaag ter hand nemen om het bovenste deel te verwijderen en ons vervoermiddel is er ook weer voor aangepast.

 

Voor het geval mijn tomtom weer eens kuren vertoont, stop ik een routekaart in het handschoenen vakje van de recent ontstane cabrio.

"Bij de volgende kandelaar rechtsaf, bij de volgende kandelaar rechtsaf", klinkt gelijk de blikken stem. Ja, zie je wel, kuren... Nergens een kandelaar te bekennen,  moet ik nu bij een stoplicht of een lantaarnpaal rechtsaf?

De kaart er maar bijpakken om nog meer verwarring te voorkomen. O nee, een grote chocolademelkvlek is uitgelopen  over het grootste deel van de uitgestippelde route.  Een zachte vloek komt er over mijn lippen. De afkeurende blik van het hemelse schepsel wat naast me zit brengt me meteen weer op het rechte pad. Puur op richtingsgevoel vervolg ik mijn weg en even later stop ik voor het truckerscafé.

Hier moet ik zijn, ik stap uit en loop zelfverzekerd op mijn high heels naar binnen.

"Mag ik van u een kopje bosbessenthee met een schijfje limoen?", vraag ik met een verdraaide stem aan de man achter de bar.

"We zijn goddomme geen theeleutenzakie, wie denk je wel dat je bent wijfie?"

Mijn hond spits gelijk verontwaardigd zijn oren wanneer hij de barman zulke taal hoort uitslaan.

Koeltjes steek ik mijn gehandschoende klauw uit naar de man: "Ik ben Ursula Bolcom, schenk me anders maar een cognacje  in. Maar wel eentje met klasse, heb je  Courvousier? "  

 

De man negeert mijn hand en achter me hoor ik iemand giechelend 'bol punt commm' zingen. Ik weet dat ik het ijs gebroken heb met mijn gefingeerde naam en met een flinke bel Cognac schuif ik even later aan bij de stamtafel, alwaar ik alles te weten kom wat ik maar wil, dankzij de charmes van U. Bolcom. En uiteraard hoef ik mijn rekening niet te betalen, de genuttigde drankjes worden me allemaal aangeboden door de truckers. Zelfs hun wisselgeld schuiven ze mij toe. Tevreden verlaat ik later café. Een waggelende hond achter me aanslepend, in onbewaakte ogenblikken heb ik alle glazen cognac onder de tafel gehouden alwaar ze als hemelwater werden opgeslobberd. Zelf moest ik nuchter blijven.

 

Thuis schop  ik mijn highheels  uit, laat ik het flatteuze jurkje  op de grond glijden, doe mijn oude vertrouwde regenjas even aan en verlos ik mijn hond uit zijn 'kostuum' . Ik schenk mezelf nog een slaapmutsje in en steek een dikke sigaar op.

 
 



De liefde vergiftigd

 Voor de januariuitdaging van Schrijvelarij geschreven met dank aan Geraldine voor haar steekwoorden
 

Al een tijdje was ik heimelijk verliefd op haar. Zij zag me niet staan. Ze had alleen maar oog voor die andere buitenlander. Eentje met een Turkse waterpijp, een belachelijk groot exemplaar. Wat zag ze toch in hem, hij stonk uit zijn bek en droeg niet eens fatsoenlijke schoenen, altijd maar op die muiltjes. Ik vond het meer een mietje dan een man. Maar mietjes hadden tenminste nog het fatsoen om een frisse mondspray te gebruiken. Hij niet, hij kende geen manieren en was een viespeuk eerste klas. De man stond hinderlijk veel tussen mij en mijn droomvrouw in. Hij moest uit de weg geruimd worden. Hoe dan ook.

Mij was ter ore gekomen dat hij aan gehaktverslaving leed. Dat was misschien een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen. Mijn fantasie ging al op de loop met me, ik zou de troostende schouder bieden aan mijn engel. Van het één zou het ander komen en we zouden hemelse tijden beleven.

Dus aan de slag. Kokkerellen was mijn tweede natuur. Al snel hingen er in mijn keuken heerlijke geuren van speciaal gekruide gehaktballen. In één van de ballen deed ik versgemalen braaknoot en als extraatje verstopte ik er ook een  chloortablet in, zo'n kingsize model. Ha, dacht ik, helpt hem gelijk van zijn slechte adem af. Wel een beetje rigoureus, ik geef het toe, maar in liefde en oorlog is alles geoorloofd.

 

Op het grote braderiefeest waar al  tal van vreetkraampjes stonden stal ik mijn lekkernijen uit. Het kaartje 'gratis balproeven' zet ik alleen neer  wanneer  mijn rivaal langs komt. Ik zou wel zorgen dat de juiste bal bij de juiste persoon terecht kwam.

Met kloppend hart zit ik te wachten en ja hoor, daar zie ik ze al. Mijn toekomstige geliefde loopt nu nog gearmd met dat smerige aanhangsel. Daar zal spoedig verandering in komen. Ze lopen recht op mijn kraam af. Snel zet ik het kaartje voor de gehaktballen. En wanneer hij net een gehaktbal wil pakken duw ik hem de speciale onder zijn neus. Hij lacht zijn tanden bloot. Smerige tanden, die best wat bleekmiddel kunnen gebruiken, denk ik. Neemt een fikse hap uit de bal en kauwt smakelijk verder.

De rat, denk ik, hij is er resistent voor. Dan schrik ik me het apezuur. Mijn rivaal laat mijn droomengel ook een hap uit zijn bal nemen. Ze rolt met haar ogen en ik snel op haar toe. Ze weert me af en roept hysterisch dat ze nog liever een knuffel krijgt van de verschrikkelijke sneeuwman dan nog meer van mijn walgelijke gehakt te hoeven eten. Dat zijn haar laatste woorden.  Ze krimpt  ineen.

Angst knijpt mijn keel af wanneer het besef tot me doordringt.  Tegen beter weten in kniel ik bij het ineen gedoken lichaam neer.  Met een snikkend: "Het spijt me" duw ik mijn lippen op de hare. Restanten van het gif vermengd met haar speeksel slik ik door. Glittersterretjes omlijst met hemelse muziekklanken waren rond onze hoofden. De kus des doods voert ons beide naar hogere sferen, maar de sleutel naar haar hart hangt aan de onzichtbare poort  die ons voor de rest van onze dood scheidt.