Regenbui, tube lijm, theepot, uithangbord, luidspreker, placemat, bankstel, boeket, huurschuld, snijmachine
Het enige waar Victoria met smart op zit te wachten is een regenbui. Die zou misschien in staat zijn om haar ellende weg te spoelen. Ze heeft het al geprobeerd te repareren met een tube lijm. Het was onbegonnen werk. Een kapot gevallen theepot zou misschien lukken, de scherven van haar stuk gevallen leven ermee lijmen, lukte niet.
Een traan glijdt over haar wang wanneer ze nog een laatste blik werpt op het uithangbord met de tekst, DE ENIGE ECHTE en daaronder een zootje zoeltjes.
"Het zal me een worst zijn" zegt ze hardop in een wanhopige poging onverschillig te klinken. De snijmachine was de druppel geweest, toen ze die verpand had om een deel van haar huurschuld mee af te lossen had ze zichzelf flink in de vingers gesneden. Zonder degelijk gereedschap kon ze de worstenmakerij niet open houden. Victoria dacht de klus handmatig te kunnen klaren, maar de messen waren te bot geweest, ze had ze te lang verwaarloosd en was voor de charmes van de vooruitgang gevallen.
"Een buil ben ik me gevallen", fluistert de vrouw, terugdenkend aan de tijd dat de slager nog een ambacht was. Hoe had ze zich toch in vredesnaam zo kunnen laten verleiden door de modernisatie.
Ze had zich zo vergist. Zich in laten pakken door een boeket bloemen, waarmee de vertegenwoordiger van het meest geavanceerde slagersgerei aan kwam zetten. Bedwelmd door de zoete geuren was het vieze luchtje haar ontgaan, ze was er doodleuk ingestonken. Of had ze zich laten misleiden door de zachte kussens van zijn bankstel. Ze was er finaal in weggezonken, hij had haar overrompeld door zijn eigen kussen, die vlinders in haar buik deden rond dwarrelen. Het was een roze wolk geweest, waarop ze had gezeten.
Onder het open raam van haar flatje had de charlatan haar een serenade gebracht. Hij had gejoeld door een luidspreker en haar de liefste van het heelal genoemd.
De tekst van het lied dreunt nu nog na in haar hoofd.
Ik wil een placemat met je delen
samen smullen van één gehaktbal
ik wil je met mijn zoenen strelen
je bent de liefste van het heelal
ik had het nooit verwacht
je hebt mijn hart geslacht
Zijn hart was het niet die geslacht werd. Het is nu haar hart wat hij vermorzeld heeft. Tot Victoria die megabestelling bij hem geplaatst had was zij zijn grote liefde geweest. Toen er niets meer aan haar te verdienen was, had hij zijn luidspreker onder het raampje van de bakkersvrouw verplaatst.
De samenpakkende wolken zijn allang niet meer roze. Donker dreigend van kleur zijn ze. Zal daar een stortvloed uit voortkomen? Ze kijkt naar de spiegeling in het water van de ondergaande zon.
De wolken drijven over, de lucht wordt zwart. Regen blijft uit. Ze snikt. De hoop op zonneschijn na de regen is haar dus ook niet gegund. Zo blijft ze de hele nacht zitten aan de rand van het meer tot de dageraad weer aanvangt.
"Wat de zon kan, kan ik ook!"
De zon komt op.
Victoria komt eveneens op, voor haarzelf, Regen heeft ze niet meer nodig. Ze verdrinkt niet langer in haar verdriet. De scherven van haar gebroken relatie zijn het treuren niet waard. Het slagersmes zal ze niet meer aanraken maar het heft van haar leven neemt ze wel weer opnieuw in handen. De andere kant van het mes is ook vlijmscherp en nog heel goed bruikbaar. Het wordt tijd voor haar om een ander pad in te slaan.




















