maandag 6 januari 2014

De kikker te paard

Dit jaar heb ik maar één wens, de prins op het witte paard tegen te komen. Jawel, u leest het goed, hier zit een dame die nog in sprookjes geloofd. Maar voordat ik mijn slag kan slaan om binnen te lopen, moest ik eerst de puinhoop in mijn leven ruimen. Te beginnen met mijn huisje.  

Vanmorgen heb ik de wekker extra vroeg gezet, eerst alle kerstspullen naar zolder gebracht en daarna de koelkast uitgemest. Niet te geloven wat een prakjes daar nog in staan. mijn oma vond het altijd een doodzonde wanneer je eten weggooide. Het is natuurlijk de bedoeling dat je de restjes opmaakt, maar met de feestdagen gaat het nou eenmaal een beetje anders.

"Sorry oma", mompel ik en kieper de hele inhoud van de koelkast in de vuilnisbak.

De ochtend is al bijna voorbij wanneer de telefoon gaat. Ik kijk op het schermpje, afgeschermd nummer.

 

"Hallo, met wie spreek ik..."

"Goeiemorgen schoonheid, je spreekt met dhr Prins, kom klokslag 12 uur naar het parkje achter de kerk, het wordt tijd dat wij elkaar ontmoeten, je kunt me herkennen aan mijn witte paard."

Tuut tuut tuut

Krijg nou helemaal de bromtollen, denk ik verward tot en met. Zou mijn wens dan toch nog uitkomen? Ik heb nog een kwartiertje. Snel stap ik op mijn fietsje en race naar de plaats waar ik mijn prins van zijn paard zal gaan trekken. Onderweg gaat er van alles door mijn hoofd. Het is vast één of andere vreemde gribus, die mij met een smoes naar het verlaten park wil lokken? Nou ja, op klaarlichte dag zal me wel niets ergs overkomen.  

 

Achter de kerk staat inderdaad een witte merrie. Er zit een stuk op. Mijn hart neemt een sprongetje en ik kom gelijk in actie. Ik sleur 'mijn prins' van zijn paard, hij is van mij, ik wil hier een slaatje uit slaan, hij ontkomt me niet.

Vlak voordat mijn lippen de zijne kunnen raken gaat het luchtalarm af. Het is twaalf uur, de maandelijkse maandagochtend herrie laat de merrie steigeren.

 

Haar hoeven raken mij en het duizelt me voor mijn ogen. Vaag zie ik hoe de prins krimpt tot kikkerformaat. Kussen kussen kussen, galmt het door mijn hoofd en in een laatste wanhoopsdaad hurk ik neer en kus de kikker.

 

Onze lippen versmelten voor een kort moment. Het is alsof ik de engelen hoor zingen, een hemels gevoel komt over me en ik sluit mijn ogen.

Wanneer ik ze weer open besef ik dat de prins me heeft verlaten. Hoe dom van me om nog in sprookjes te geloven, ik dacht dat ik de sleutel naar het geluk gevonden had, of de sleutel naar zijn hart. Zo zit, zit nog steeds gehurkt op een hekje dromerig voor me uit te kijken. Wie weet, volgende maand, wanneer de sirene afgaat, verschijnt mijn prins nog eens. De sleutels hangen naast me, voor het geval dat...


Voor de januariuitdaging van schrijvelarij geschreven

Geen opmerkingen:

Een reactie posten