zondag 12 januari 2014

De perfecte ware liefde

Jarenlang was ik op zoek naar iemand die bij me zou passen. Iemand met een beetje een redelijk voorkomen.  Die niet gelijk week zou worden van de eerste de beste blik in mijn ogen. Die mijn drang naar rein- en schoonheid zou dulden, maar mijn obsessie van desnoods alles schoon te likken, een beetje in toom kon houden.

Die kon bewerkstelligen dat  mijn aandacht niet steeds naar het overdrijven van de wolken  zou gaan. Een persoontje die mijn karakter de baas zou blijven. Stevig in de schoenen zou staan. Iemand tegen wie ik op kon kijken, kon bewonderen, iemand die me kon leiden naar een leven met een doel. Jarenlang was ik al op zoek naar de perfecte liefde in mijn leven.

 
Ik dacht dat ik het nooit zou vinden maar wat me vorige week toch overkomen is? Niet te geloven. Je denkt vast dat ik aan het overdrijven ben, maar niets is minder waar. Ik wandelde  helemaal in gedachten verzonken, toen mijn oog viel op een schoonheid, niet te zuinig.  Zo'n mooie vrouw, lange benen, een slank middel, iets breder op de heupen, een perfecte  boezem en blonde haren.  Een kort moment dacht ik dat ze dood was, toen ik haar zo roerloos zag liggen in het koude natte gras naast het pad. Dichterbij gekomen zag ik dat ze enkel en alleen bewusteloos  was en zocht om me heen naar een middel om haar bij haar positieven te brengen. Had ik bij de lessen van biologie waar ik stiekempjes meegeluisterd had maar beter opgelet. Het was wellicht mijn kans geweest om kennis op te doen van de werking van het menselijk lichaam. Het enige waar ik toen belangstelling voor had was het ontleden van een pad. Hoe banaal.

Warmte, schoot er door mijn brein. Warmte had ze nodig. Een deken, zou op zijn minst voorkomen dat ze bezweek aan de kou.

"Een deken, een deken, wie brengt me een deken'

Ik moet het geroepen hebben, want een priester kwam met een plaid aanzetten, hij had mijn noodkreet waarschijnlijk van verre gehoord, hield net als ik van schoonheid in al zijn facetten en wreef de vrouw net zolang warm tot ze helemaal bij kennis was.

"Een deken met een deken", dacht ik bij mezelf, het liefst keek ik hem weg. Ik wou alleen zijn met deze bijzondere vrouw, die toen ze haar ogen opende, nog mooier was.

"Ik moet uit dat blikken ding geslingerd zijn toen ik in de slip geraakt ben", zei de vrouw tegen de geestelijke.

De cabriolet die inderdaad nogal scheef in de berm stond, zag allerminst als een onbetrouwbaar stuk blik uit. Het moest voorbestemd zijn, dacht ik overgelukkig. 

"Ik heet Maria, zeg maar hoe ik u kan bedanken", Maria gaf de Priester een hand en ik stond er maar een beetje verloren bij.  Mijn hemel, wat had ze een heerlijke geur, snel trok ik mijn neus weg uit de buurt van haar kruis. Ze zou eens denken dat ik aan haar slip rook.  Maria was een vrouw waar ik me bij gedragen moest, zo voelde het vanaf het eerste moment al aan.

Gelukkig ging de deken al vrij snel ervandoor. Hij had nog enkele zieltjes die hij nodig moest redden en zei tegen Maria dat zei dat  het voornamelijk aan mij te danken was dat hij haar had zien liggen.

 

En zo kwam het dat ik vanaf dat moment verslingerd was aan Maria, die op haar beurt  zich over mij ontfermde. Ik had mijn grote liefde gevonden.

Raadselachtig was wel hoe de priester mij verstaan had. De enige logische verklaring die ik daarvoor heb, is dat hij in een vorig leven ook een hond geweest moet zijn.
 

Geschreven voor de januariuitdaging van Schrijvelarij met hulp van steekwoorden van Roelande

Geen opmerkingen:

Een reactie posten