'Die fantasie van je breekt je nog eens op', mijn man schudt afkeurend zijn hoofd wanneer hij me weer eens betrapt op het dreigende verloren raken in een onwerkelijke wereld. Ik irriteer me aan zijn gezeik en werp een nijdige blik zijn richting op.
"Bemoei jij je nou maar met je saaie administratieve troep, en laat me met rust pennenlikker, wanneer het je niet zint... daar is het gat van de deur."
De kat komt hard aan, de knal waarmee de deur achter hem dicht valt ook. Er gaat een steek door me heen wanneer ik zijn sleutelbos op tafel zie liggen. Hij gaat nooit zonder de deur uit. Nooit. Er bekruipt me een onwezenlijk gevoel, ben ik te ver gegaan?
Krak. Nou breekt de stoelpoot ook nog doormidden en lig ik met een blauwe kont op de grond. Zal het houtrot geweest zijn? Wanneer ik mijn Spaanse sloffen aan wil trekken lijken ze gekrompen te zijn, het zit me niet mee vandaag. Snel van me afzetten en me richten op mijn schrijfwerk. Daar bloei ik weer helemaal van op, ik groei, ik ben helemaal in mijn element en vergeet alles om me heen.
Schrijven, obsessief schrijven, mijn lust en mijn leven. Ik merk niet dat de straatlantaarns al aan gaan, dat het later en later wordt, ik schrijf mezelf naar een andere wereld, tot diep in de nacht, helemaal buiten westen, helemaal knock out....
Waterdruppels brengen me weer tot bewustzijn. Waar komt dat nou vandaan. Ik open mijn ogen en zie een grijs knaagdier dicht bij me. Met een lange slurf sproeit hij me nat. Wanneer hij merkt dat ik wakker word, keert hij om en laat een spoor konijnenkeutels achter zich. Ik draai mijn hoofd in walging om en kijk recht in een poppengezichtje. Wonderlijk hoe gedetailleerd de afwerking is van het miniatuurtje. De plooitjes in de hoepelrok die het draagt, de halsketting en zelfs minilachrimpeltjes. Een licht schokje gaat er door mij heen wanneer het poppenoog zich lijkt te sluiten. Zie ik dat goed? De mondhoekjes gaan ook omhoog en ik kom tot de verbijsterde ontdekking dat de pop geen pop is, maar een mens. Een miniatuurmensje? Ik keer mijn hoofd weer en zie hoe het knaagdier bij nader inzien toch geen echt knaagdier is. De drollen die ik aanzag voor konijnenkeutels blijken afkomstig te zijn van een heuse olifant.
Het zijn geen miniatuurverschijnselen die ik waarneem. Ik ben zo gegroeid in mijn schrijven, zo veel groter geworden in mijn fantasie, dat de wereld om me heen gekrompen lijkt. Vandaar mijn plots gekrompen sloffen, vandaar dat de stoel bezweek onder mijn gewicht.
Een poging om te gaan staan mislukt. Mijn enkels worden tegengehouden.
'Mijn huis, ik ben uit mijn huis gegroeid', denk ik koortsachtig
En de enige persoon die me mogelijk zou kunnen redden heb ik weggejaagd. Hij keert vast niet huiswaarts, hij mist de sleutel en kan er niet inkomen.
Ergens ver onder me, naar ik schat, zo tussen mijn enkels, hoor ik een klop. Er volgt nog één. Natuurlijk. De deurklopper. Die heeft mijn lieve man voor me gekocht in het leuke curiositeitenzaakje op de hoek.
"Binnen, kom binnen", hoor ik mezelf roepen. Ik spreid mijn benen zover ik kan, het lukt, krakend gaat het poortje open.
"Verdorie, wat is het hier donker en benauwd, er hangt hier een vreselijke muffe lucht' , hoor ik een voor mij overbekende stem zeggen.
Mijn redder, mijn lieve schat... Hij spurt zo snel hij kan weer onder mijn rokken naar buiten en komt op een holletje binnen mijn gezichtsveld.
"Ik had mijn sleutels op tafel laten liggen, wat is er gebeurd lieverd."
Zijn boze buien duren nooit lang.
"Ik dacht dat ik het aankon, ik dacht wanneer ik maar regelmatig schrijf ik wel zou groeien in mijn schrijven, maar stom, ik heb iets over het hoofd gezien.... en nu kan ik niet meer stoppen met groeien. Ik moet dit verhaal waar ik nu in beland ben af weten te maken, maar ik ben vergeten... ik ben iets vergeten..."
Tranen stromen er nu over mijn wangen wanneer de hachelijke situatie waarin ik verkeer tot me doordringt. Ik pijnig mijn hersens, maar ik kom er maar niet op.
Dan bukt mijn lieve man zich, raapt wat op van de vloer en staart ernaar. Het is zo klein, ik kan niet goed zien wat het is, dus vraag ik hem wat hij daar heeft.
"Een kippenveer.... wat doet die hier nou."
Een kippenveer, ja, eureka, dat is het woord wat ik nog niet gebruikt had in mijn verhaal.
"Een kippenveer", juich ik. Meteen voel ik me kleiner en kleiner worden. Het gaat in een razend tempo, alles om me heen begint te draaien, mijn man, de olifant, de mensen... ze vervagen allemaal. Alles verandert weer, tot ik de stoel waarop ik zit hoor kraken. Ik ben weer terug in de realiteit. Poeh, dat was op het nippertje, even nog iets controleren, ja hoor, mijn sloffen passen me weer. Ik gluur naar de tafel. Leeg. Gelukkig denk ik. Hij heeft zijn sleutelbos bij zich en kan dus binnen komen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten