Vanzelfsprekend had ik me gehouden aan het protocol wat bij de feestdagen hoorde. Netjes en beleefd lachen en proosten en vooral je volproppen lepels gevuld met van die kleine amusehapjes en andere vreetwaren tot je uit dat strakke keurslijf knapte.
Het werd tijd voor het normale leven. Ik kon geen champagneflut meer zien en geen appelflap meer ruiken door de vele toastjes die mijn neus uitkwamen.
Vanochtend ben ik dan ook begonnen met een normaal ontbijt. Een gewone boterham met pindakaas en een flesje plat water, wat ik wel inschonk in een wijnglas om de overgang niet te groot te laten worden.
Afkicken met beleid.
Nog even snel een krentenbol smeren en dan een luchtje scheppen. Op verkenning in mijn nieuwe woonplaats loop ik langs een curiositeitenwinkeltje. Mijn oog valt op het bord wat boven de deur hangt.
~ t o t a l e l e e g v e r k o o p, BETREDEN OP EIGEN RISICO ~
Ik ben dol op van die snuffelsnuisterijtjes en neem een kijkje. De deur valt achter me dicht, het is net of hij in het slot klikt en een man in een soort toga haast zich naar voren om het bordje op gesloten te draaien.
"Ik wil mijn tijd alleen voor u kunnen nemen en kan daar geen pottenkijkers bij gebruiken", verklaart hij.
Even bekruipt me een onbehaaglijk gevoel, wanneer hij maar niet denkt dat ik zijn hele zaak leeg kan kopen, ik heb maar één twee euromunt bij me, dat is vast niet genoeg. Maar schudt al snel de sombere gedachtes van me af wanneer ik voor me een hele plank vol met oude boeken zie staan.
De eigenaar van het winkeltje volgt mijn blik en loopt meteen voor me uit, richting de plank, intussen zit hij mij bijna met zijn ogen uit te kleden. Kleren maken de man, maar of dat ook voor toga's geldt, daar heb ik geen weet van. Het gekke is dat ik me bijna naakt voel. Het is alsof hij dwars door mijn dikke winterjas heen kijkt.
"Een literatuurliefhebber? Dat dacht ik al. Kom maar mee naar het achterkamertje, daar heb ik wat heel bijzonders. Levende bundels. Zo beschreven dat je het als het ware al lezende beleeft."
Hij duwt me door een smal gangetje naar een groene kamer die naar boeken ruikt, maar ook naar mysterie. Wanneer ik me omdraai zie ik tot mijn grote schrik dat hij zijn toga afgeworpen heeft. Zijn doorleefde gezicht zit vol groeven, zijn knokige handen zijn het enige stevige aan hem. De man gaat zelf in een stoel zitten, legt een kussen op zijn houterige blote knieën en trekt me bij hem op schoot. Het is alsof mijn handen met kleverig goudkleurig plakband vast getapet zitten aan het kussen en ik kan enkel nog staren naar het opengeslagen boek wat hij voor me houdt. Ik lees, moet wel lezen.
Het verhaal wat al begonnen was
toen het nog niet eens verzonnen was
ze ging van huis, ze had ontbeten
het was niet pluis, wat ze had gegeten
ze maakte baas
een boterham met pindakaas
die spoelde ze tegelijk dus niet later
weg met het flesje platte water
Hoe toevallig, het is precies wat ik vanmorgen heb gegeten, gehaast vliegen mijn ogen langs de volgende regels. Die beschrijven perfect hoe ik binnenkwam, naar deze kamer geleid werd, hoe de man met de toga opeens langzaam veranderde in iets houterigs en mij gevangen hield op zijn schoot.
Nu gaat het nu intreden
het echte risico van dit hol te betreden
Even huiver ik, probeer los te komen uit de onzichtbare greep, maar het lukt niet. Ik ril en zie mijn jas van me afglijden, mijn schoenen lossen in het niets op, met blote benen lees ik verder.
Het keurslijf is alles wat je nodig hebt hier
van nu af aan, ben jij een dame van plezier
Het boek klapt dicht. De armleuning reikt naar de grond, daar ligt de toga.
"Mijn mantel der liefde", hijgt de stoelman in mijn oor. Zodra hij het kleed weer over zijn schouders gedrapeerd heeft verandert de stoel weer in een levend persoon. Ik voel hoe het kussen tussen mij en hem wegglijdt en hoe de griezel de laatste gelezen regel tot waarheid maakt.
Geschreven voor de januariuitdaging van Schrijvelarij, met dank aan Roelande voor haar steekwoorden

Geen opmerkingen:
Een reactie posten