Al een tijdje was ik heimelijk verliefd op haar. Zij zag me niet staan. Ze had alleen maar oog voor die andere buitenlander. Eentje met een Turkse waterpijp, een belachelijk groot exemplaar. Wat zag ze toch in hem, hij stonk uit zijn bek en droeg niet eens fatsoenlijke schoenen, altijd maar op die muiltjes. Ik vond het meer een mietje dan een man. Maar mietjes hadden tenminste nog het fatsoen om een frisse mondspray te gebruiken. Hij niet, hij kende geen manieren en was een viespeuk eerste klas. De man stond hinderlijk veel tussen mij en mijn droomvrouw in. Hij moest uit de weg geruimd worden. Hoe dan ook.
Mij was ter ore gekomen dat hij aan gehaktverslaving leed. Dat was misschien een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen. Mijn fantasie ging al op de loop met me, ik zou de troostende schouder bieden aan mijn engel. Van het één zou het ander komen en we zouden hemelse tijden beleven.
Dus aan de slag. Kokkerellen was mijn tweede natuur. Al snel hingen er in mijn keuken heerlijke geuren van speciaal gekruide gehaktballen. In één van de ballen deed ik versgemalen braaknoot en als extraatje verstopte ik er ook een chloortablet in, zo'n kingsize model. Ha, dacht ik, helpt hem gelijk van zijn slechte adem af. Wel een beetje rigoureus, ik geef het toe, maar in liefde en oorlog is alles geoorloofd.
Op het grote braderiefeest waar al tal van vreetkraampjes stonden stal ik mijn lekkernijen uit. Het kaartje 'gratis balproeven' zet ik alleen neer wanneer mijn rivaal langs komt. Ik zou wel zorgen dat de juiste bal bij de juiste persoon terecht kwam.
Met kloppend hart zit ik te wachten en ja hoor, daar zie ik ze al. Mijn toekomstige geliefde loopt nu nog gearmd met dat smerige aanhangsel. Daar zal spoedig verandering in komen. Ze lopen recht op mijn kraam af. Snel zet ik het kaartje voor de gehaktballen. En wanneer hij net een gehaktbal wil pakken duw ik hem de speciale onder zijn neus. Hij lacht zijn tanden bloot. Smerige tanden, die best wat bleekmiddel kunnen gebruiken, denk ik. Neemt een fikse hap uit de bal en kauwt smakelijk verder.
De rat, denk ik, hij is er resistent voor. Dan schrik ik me het apezuur. Mijn rivaal laat mijn droomengel ook een hap uit zijn bal nemen. Ze rolt met haar ogen en ik snel op haar toe. Ze weert me af en roept hysterisch dat ze nog liever een knuffel krijgt van de verschrikkelijke sneeuwman dan nog meer van mijn walgelijke gehakt te hoeven eten. Dat zijn haar laatste woorden. Ze krimpt ineen.
Angst knijpt mijn keel af wanneer het besef tot me doordringt. Tegen beter weten in kniel ik bij het ineen gedoken lichaam neer. Met een snikkend: "Het spijt me" duw ik mijn lippen op de hare. Restanten van het gif vermengd met haar speeksel slik ik door. Glittersterretjes omlijst met hemelse muziekklanken waren rond onze hoofden. De kus des doods voert ons beide naar hogere sferen, maar de sleutel naar haar hart hangt aan de onzichtbare poort die ons voor de rest van onze dood scheidt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten