Mario, help help, red mij, boze mannen hebben mij opgesloten in de
hoogste toren van mijn kasteel, het zijn volgelingen van mijn
stiefbroeder Eduard, die mijn doodzieke vader wil opvolgen. Hij weet dat
ik, als enige ware bloedverwant, recht heb op die troon. Red mij, voor
er iets onherstelbaars gebeurd en ik niet meer in staat zal zijn om mijn
rijk voor de ondergang te behoeden. De beloning die gij ontvangt, zal
bestaan uit samen met mij voor het verdere nageslacht te zorgen.
Getekend, Frederik..
En dan een krul erachter, die gek genoeg, nog het meeste weg heeft van
een apestaartje. Ik bedank de koene heraut die met gevaar voor eigen
leven mij deze boodschap overhandigt. En vergeef, ruimhartig als ik ben,
de arme opgesloten Frederik, de foute spelling van mijn naam. Ik ben
het wel gewend om anders genoemd te worden, mijn vader zaliger noemde me
altijd Maartje en voor mijn speelkameraadjes was ik immer gewoon Mar.
Na even wegdromen hoe het zou zijn om aan het hoofd van een heel rijk te
staan, kom ik in actie. Ik zadel mijn paard, kies wapens, hijs me in
een maliënkolder, bind mijn donkere lokken boven mijn hoofd vast in een
knot, zet daar een helm op, klap mijn vizier dicht en start mijn missie.
Het begin verloopt rustig, hier en daar een argwanend riddertje te
paard, die ik zo met mijn lans van hun hengsten afkieper, bij de laatste
van de reeks verlies ik mijn eigen steekwapen hierbij. Daar het
terugpakken van het lange wapen me hoogstwaarschijnlijk een leven zal
kosten, laat ik het maar liggen. Zonder leven, kan ik tenslotte niet
smachtende Frederik redden.
Mijn booguitrusting zal me door het volgende land heen loodsen, ik heb
de kunst afgekeken van Willem de Veroveraar, die meer dan behendig was
met pijl en boog te paard. Het gaat geweldig, bijna al mijn pijlen zijn
raak, het wordt steeds drukker hoe dichter ik op de grens kom van het
rijk van de pa van Fred. Net op het moment dat ik een giga jeuk aanval
krijg en mijn vizier even open, schampt een verdwaalde pijl mijn wang.
Ik voel langzaam wat leven eruit druppen, snel plak ik er een pleister
op, phuij, dat was op het nippertje. In dat onbewaakte ogenblik dat mijn
aandacht even verslapt, let ik niet goed op de hindernisfuik waarin ik
terecht kom. Voel hoe ik met kracht tegen een lans aankom waardoor ik
van mijn ros afkukel.
Te voet, vervolg ik mijn weg. Ben over de laatste grens gekomen en dus
zal het kasteel binnen niet al te lange tijd zichtbaar zijn, herinner ik
mij nog van een vorig bezoek. Pijlen heb ik niet meer, maar gelukkig is
mijn zwaard vlijmscherp en verkeer ik zelf in uitstekende conditie. Hoe
dichter ik het kasteel nader, hoe sterker de tegenstand. Ze volgen
elkaar steeds sneller op, de vijanden, en ik spring me suf om de
zwaarden te ontwijken. Sabel hier en daar nog eentje tegen de vlakte.
Het slot ontwaart zich voor mijn ogen en ik hoor de roep van een mens in
nood: “Help help, Mario, red mij.” Zijn stem klinkt verwijfd, maar ik
schenk er geen aandacht aan. Tot mijn grote verbazing hoor ik mezelf
terug schreeuwen: “Schone jonkvrouwe Frederika, vreest niet, de redding
is nabij.”
Gelijkertijd hoor ik vanuit een andere wereld: “Aan táááfel, het eten is klaar.”
Shit, gaat er door mijn hoofd: “Ah, mam please nog even, ik zit in het
laatste level, dat heb ik nog nooit gehaald met zoveel levens over.”
Maar mam is onvermurwbaar, ik zet mijn spel op pauze en laat me de zuurkoolschotel met spekjes en ananas goed smaken.
Voor de decemberuitdaging van schrijvelarij geschreven: Deze maand
gaan we ons verplaatsen door een soort virtuele poort in de tijd. De
tijd waar we in terecht komen is de middeleeuwen. Een ruime tijdspanne
die loopt van ongeveer 500 tot 1500 na Christus.
Het lijkt me heerlijk om zo te kunnen reizen in de tijd...Mooi geschreven Dana !
BeantwoordenVerwijderendank je voor je compliment Mieke, iedereen is in staat om zo te reizen, dat is het meest aangename van fantasie, ze brengt je waar dan ook, kent überhaupt geen grenzen
VerwijderenHoi Dana, mooi verhaal, ik zou willen dat ik zo kon schrijven.
BeantwoordenVerwijderenJij kan ook schrijven, als de beste Irma, ik heb al een heel mooi verhaal van je mogen lezen, erg ontroerend en pakkend geschreven 'Het afscheid' jouw bijdrage aan het "Ik feliciteer je" boek.
VerwijderenGeweldig verhaal... jammer dat mams roet in het eten kwam gooien. ;-)
BeantwoordenVerwijderenJa Ingrid, moeders zijn altijd heel fanatieke spelbedervers, dat zal mijn dochter ook roerend met je eens zijn.
Verwijderen