zaterdag 29 december 2012

De redding nabij

Mario, help help, red mij, boze mannen hebben mij opgesloten in de hoogste toren van mijn kasteel, het zijn volgelingen van mijn stiefbroeder Eduard, die mijn doodzieke vader wil opvolgen. Hij weet dat ik, als enige ware bloedverwant, recht heb op die troon. Red mij, voor er iets onherstelbaars gebeurd en ik niet meer in staat zal zijn om mijn rijk voor de ondergang te behoeden. De beloning die gij ontvangt, zal bestaan uit samen met mij voor het verdere nageslacht te zorgen. Getekend, Frederik..

En dan een krul erachter, die gek genoeg, nog het meeste weg heeft van een apestaartje. Ik bedank de koene heraut die met gevaar voor eigen leven mij deze boodschap overhandigt. En vergeef, ruimhartig als ik ben, de arme opgesloten Frederik, de foute spelling van mijn naam. Ik ben het wel gewend om anders genoemd te worden, mijn vader zaliger noemde me altijd Maartje en voor mijn speelkameraadjes was ik immer gewoon Mar.
Na even wegdromen hoe het zou zijn om aan het hoofd van een heel rijk te staan, kom ik in actie. Ik zadel mijn paard, kies wapens, hijs me in een maliënkolder, bind mijn donkere lokken boven mijn hoofd vast in een knot, zet daar een helm op, klap mijn vizier dicht en start mijn missie.

Het begin verloopt rustig, hier en daar een argwanend riddertje te paard, die ik zo met mijn lans van hun hengsten afkieper, bij de laatste van de reeks verlies ik mijn eigen steekwapen hierbij. Daar het terugpakken van het lange wapen me hoogstwaarschijnlijk een leven zal kosten, laat ik het maar liggen. Zonder leven, kan ik tenslotte niet smachtende Frederik redden.
Mijn booguitrusting zal me door het volgende land heen loodsen, ik heb de kunst afgekeken van Willem de Veroveraar, die meer dan behendig was met pijl en boog te paard. Het gaat geweldig, bijna al mijn pijlen zijn raak, het wordt steeds drukker hoe dichter ik op de grens kom van het rijk van de pa van Fred. Net op het moment dat ik een giga jeuk aanval krijg en mijn vizier even open, schampt een verdwaalde pijl mijn wang. Ik voel langzaam wat leven eruit druppen, snel plak ik er een pleister op, phuij, dat was op het nippertje. In dat onbewaakte ogenblik dat mijn aandacht even verslapt, let ik niet goed op de hindernisfuik waarin ik terecht kom. Voel hoe ik met kracht tegen een lans aankom waardoor ik van mijn ros afkukel.

Te voet, vervolg ik mijn weg. Ben over de laatste grens gekomen en dus zal het kasteel binnen niet al te lange tijd zichtbaar zijn, herinner ik mij nog van een vorig bezoek. Pijlen heb ik niet meer, maar gelukkig is mijn zwaard vlijmscherp en verkeer ik zelf in uitstekende conditie. Hoe dichter ik het kasteel nader, hoe sterker de tegenstand. Ze volgen elkaar steeds sneller op, de vijanden, en ik spring me suf om de zwaarden te ontwijken. Sabel hier en daar nog eentje tegen de vlakte.
Het slot ontwaart zich voor mijn ogen en ik hoor de roep van een mens in nood: “Help help, Mario, red mij.” Zijn stem klinkt verwijfd, maar ik schenk er geen aandacht aan. Tot mijn grote verbazing hoor ik mezelf terug schreeuwen: “Schone jonkvrouwe Frederika, vreest niet, de redding is nabij.”

Gelijkertijd hoor ik vanuit een andere wereld: “Aan táááfel, het eten is klaar.”
Shit, gaat er door mijn hoofd: “Ah, mam please nog even, ik zit in het laatste level, dat heb ik nog nooit gehaald met zoveel levens over.”
Maar mam is onvermurwbaar, ik zet mijn spel op pauze en laat me de zuurkoolschotel met spekjes en ananas goed smaken.

Voor de decemberuitdaging van schrijvelarij geschreven: Deze maand gaan we ons verplaatsen door een soort virtuele poort in de tijd. De tijd waar we in terecht komen is de middeleeuwen. Een ruime tijdspanne die loopt van ongeveer 500 tot 1500 na Christus.

6 opmerkingen:

  1. Het lijkt me heerlijk om zo te kunnen reizen in de tijd...Mooi geschreven Dana !

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. dank je voor je compliment Mieke, iedereen is in staat om zo te reizen, dat is het meest aangename van fantasie, ze brengt je waar dan ook, kent überhaupt geen grenzen

      Verwijderen
  2. Hoi Dana, mooi verhaal, ik zou willen dat ik zo kon schrijven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Jij kan ook schrijven, als de beste Irma, ik heb al een heel mooi verhaal van je mogen lezen, erg ontroerend en pakkend geschreven 'Het afscheid' jouw bijdrage aan het "Ik feliciteer je" boek.

      Verwijderen
  3. Geweldig verhaal... jammer dat mams roet in het eten kwam gooien. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja Ingrid, moeders zijn altijd heel fanatieke spelbedervers, dat zal mijn dochter ook roerend met je eens zijn.

      Verwijderen