Ze ligt daar zo mooi, in al haar pure naaktheid, het enige wat niet
fraai aan haar is, is haar verveelde gezicht. Een verwende, ontevreden
blik heeft ze, ik haat het, vanuit de grond van mijn schildershart. Ik
hou juist van gezichten. Het sprekende van stralende kijkers,
inclusief de lachrimpeltjes bij blijdschap, een breed tandenbloot
lachende mond, of alleen maar een glimlach en wegdromende blik. Het
staren van peinzende ogen bij diep nadenken met de bijbehorende frons,
de glinstering van opkomende tranen bij verdriet, treurende neerhangende
mondhoeken. Zelfs een angstig, bang gelaat kan mij bekoren. Emoties
komen tevoorschijn in gezichten, ogen zijn de spiegels van de ziel.
“Ben je het lachen verleerd?” mijn vraag irriteert haar zichtbaar. Nors
bromt ze dat ik moet opschieten met schilderen. Het gaat toch niet om
haar gezicht, ze poseert naakt, haar body spreekt voor haar, haar sexy
uitstraling is volgens haar genoeg om mij tot schilderen aan te zetten,
verder moet ik mijn bek houden, ze betaald me tenslotte genoeg voor de
fraaie prent, ik moet mijn fantasie maar aan het werk zetten voor het
ontbrekende, zo besluit ze haar betoog.
Dan
maar geen gezicht, denk ik verongelijkt. Ik zet mijn fantasie aan het
werk, zonder de werkelijkheid te verdoezelen, zonder haar een gezicht te
geven wat niet bij haar past. Verbaasd kijk ik naar het eindresultaat,
gekleed komt ze nog mooier tot haar recht. En met het ontbreken van
gelaatsuitdrukkingen is het toch nog een ‘naaktschilderij’ geworden.
Tevreden leg ik mijn kwast terzijde.
Voor schrijvelarij geschreven, ik heb me laten inspireren door 1 van de 7 schilderijen die dienst doen als thema voor de maand januari

Echt een goed doordacht gedicht!
BeantwoordenVerwijderenUh Irma bedankt voor je reactie hoor, maar dit is toch geen gedicht te noemen hihi
Verwijderen