Trots en goedkeurend kijk ik naar het resultaat. Geweldig, ik heb mezelf
weer eens overtroffen. En net op de valreep klaar. Kan het beter? Kan
het mooier? Maar nu komt de hamvraag. Zouden de pakken passen. Het is al
even geleden dat ik de maten opgenomen heb. Wellicht zijn de personen
teveel gegroeid, al heb ik hier natuurlijk wel wat rekening mee
gehouden. Voornamelijk stretchstoffen heb ik gebruikt in de naden van
het ene pak, het tweede kostuum heb ik ruim genomen. Dat komt nog beter
tot zijn recht wanneer het een beetje groot uitvalt. Een beetje
gespannen roep ik de ‘cast’ binnen. Eindelijk is het moment suprême
daar. Het ene pak zit als gegoten, ik voel me steeds blijer worden, het
andere pak valt ruim. Precies zoals ik mij voorgesteld had. Het kleine
ventje kijkt me een beetje zenuwachtig aan. Met een bang piepstemmetje
vraagt hij me of zijn pak niet wat te groot is. Glimlachend stel ik hem
gerust: “Precies goed, je ziet er geweldig uit, veel succes straks op
het toneel.” Ik druk hem een kus op zijn bolletje en zet daarna zijn
bijpassend hoofddeksel op zijn hoofd, sla nog even licht de mouwen om.
“En jullie zien er ook schitterend uit, niet van echt te onderscheiden!”
Met een bemoedigend klopje op de hals van de voorste, en een liefdevol
tikje op de billen van de achterste wens ik de twee jongens in het
andere pak ook succes. Daar gaan ze, het toneel op. Het doek gaat op.
Tussen de coulissen geniet ik van de verbaasde geluiden uit de zaal.
“Nee…. dit kan niet….. wauw…. wat een fantastische kostuums…..
Vooral dat paard, net echt…. “
Dan volgt een staande ovatie.
vrijdag 31 mei 2013
donderdag 9 mei 2013
Een tip aan een oude schoolvriendin
Ze is geen steek veranderd, mijn oude schoolvriendin. Misschien wat
dikker geworden hier en daar, maar wat extra vet op de botten kon ze
best gebruiken. Ik ben haar tegengekomen in het ziekenhuis, in de
wachtkamer van de cardioloog. Mijn man moest zo nodig op controle,
sleepte mij natuurlijk mee en daar zat zij ook. We herkenden elkaar
gelijk, ik haar aan haar haar, dat zag er nog net zo uit dan toen ze in
de schoolbanken voor me zat, zij mij aan mijn hoge gil: “Heeeee.”
Nadat ze klaar is met haar trimprogramma en de fietsproef besluiten we om een kopje koffie te gaan halen in het restauratiegedeelte van het ziekenhuis. Ik bestel een roomboteramandelpunt erbij, zij zegt dat ze aan haar figuur moet denken en neemt alleen een kopje koffie, zonder melk en suiker. Ik maak haar een complimentje over haar mooie oranje outfit en zij vertelt me dat ze thuis een paar bijpassende roodwitblauwe beenwarmers heeft. Ze babbelt wat over haar vrijwilligerswerk en zit nerveus te plukken in het aardappelplantje wat op onze tafel staat. Net als ik daar een opmerking over wil maken stelt ze me de vraag.
“Uh Dana, ik weet niet goed hoe ik erover beginnen moet, maar weet jij nog van die tip? Ik heb hem opgevolgd, maar heb nog steeds geen haargroei daar.”
Ze roert in haar zwarte koffie om zich een houding aan te meten. Ik verslik me in mijn amandelpunt. En of ik dat nog weet, het schaamrood vliegt me gelijk naar mijn kaken.
“Och lieverd, dat was maar een grapje, net zoals dat ik er een permanentje in had laten zetten in Parijs. Ik heb daar nooit stijl haar gehad, de krulletjes zijn puur natuur.”
Ik kan er niet over uit dat ze echt zoals ik haar aangeraden had, met haar kale poes in de koeienmest was gaan zitten.
donderdag 25 april 2013
'Niemand mag het weten', de eerste stappen zijn gezet (deel 2)
“Dana, leuk je te zien,” een stevige prettige handdruk vergezelt de
stem. Geen zoen, gelukkig maar. Omdat ik de eerste schrijfster ben die
gearriveerd is, krijg ik even de gelegenheid om tot rust te komen. Mijn
collegae zullen later komen. Met een big smile neem ik plaats in de
fauteuil, bestel bij een toesnellende ober een koffie, op zijn vraag of
ik nog een speciale koffie wil, geef ik glimlachend antwoord: “Gewone
koffie graag.” Ik voel me vandaag al speciaal genoeg, denk ik erachter
aan. Ik zou wensen dat ik het hardop durf te zeggen, maar voorlopig hou
ik me maar rustig op de achtergrond en geef beleefd antwoord op de
vragen van Sandra. De koffie smaakt, het luxe koekje laat ik nog even
liggen, het kleine glaasje water wat er naast geserveerd wordt laat ik
staan. Het zou eens een kleurloos likeurtje kunnen zijn, ben zo al
wiebelig genoeg. We praten ontspannen met elkaar. Het is alsof ik met
een kennisje gewoon even aan het theeleuten ben. Weliswaar met koffie en
cappuccino, maar een kniesoor die daarop let.
Na een kleine tien minuten komt een vrouw bij de tafel naast de onze vragen of die vrouw die daar zit Sandra Di Bortolo van uitgeverij Fenikso is. Ik al druk zwaaiend naar haar dat ze bij ons moet zijn, maar klaarblijkelijk spreken we elk een andere gebarentaal. Sandra staat dus maar op en trekt als het ware de zoekende vrouw naar de juiste tafel. Het is Lonneke. Logisch, denk ik, ze ziet er ook uit als een Lonneke. Al vrij snel komt nummer drie ook, Ellen ziet er niet echt als een Ellen uit. Ik voel me lichtelijk nietig worden naast die twee goedgebekte tantes collegae. Gaandeweg word ik steeds stiller en luister naar de intelligente vragen van de andere dames. Sandra vertelt wat over de uitgeverij en het boek, de publiciteitscampagne van het vorige boek, over hoe het verder gaat, wat er van ons verwacht wordt, wat over het contract en vraagt ons iets over onze verhalen aan elkaar te vertellen.
Hier sla ik compleet dicht. En ik bedoel niet omdat “Niemand het mag weten”, maar ik weet me geen raad hoe en waar ik moet beginnen te vertellen. Eerst laat ik de andere dames dus ook maar lekker veilig voorgaan en luister geïnteresseerd naar hun verhalen. Intussen panisch zoekend naar woorden waarin ik mijn verhaal zal beschrijven. Van de andere twee verhalen krijg ik niet veel mee. Lonneke praat te zacht om boven het geroezemoes waar de ruimte mee gevuld is uit te komen. Ellen en Sandra schijnen hier geen last van te hebben, dus ik doe het ook maar met die paar woorden die ik wel kan opvangen. Ellen is wat beter te verstaan, maar niet te volgen voor mij. Teveel prikkels bereiken me van alle kanten, daar komt nog bij dat ik bedenken moet hoe ik straks mijn relaas moet doen. Het schaamrood vliegt me naar de kaken, wanneer de drie hun aandacht op mij vestigen.
“Nou Dana, vertel…,”
“Uh,” begin ik, vrij sterk, : “ Ik zou niet weten hoe ik moet beginnen.”
Heel rustig neemt Sandra het hier van me over. “Het is inderdaad een heel lastig verhaal om te gaan vertellen, zal ik een poging wagen?”
“Graag,” verzucht ik. Wat moeten ze wel niet van me denken. Vol vuur begint Sandra over mijn verhaal te vertellen. Inhoudelijk ga ik hier nu niet op door, tja, “Niemand mag het weten”
Na nog wat vragen van Lonneke over haar eigen verhaal of ze daar geen last mee gaat krijgen bij het gebruik van namen voor bepaalde personages, gaan we de contracten tekenen. Ik zet 10 x een paraaf en één keer een handtekening op het contract wat voor de uitgever bedoeld is, en steek mijn eigen pak papier bij me. We drukken handjes met elkaar, het voelt allemaal heel officieel aan.
Dan komt Sandra met een vraag iets over ons zelf te vertellen, wat we doen in het dagelijks leven, wat we met ons schrijven doen. Weer laat ik de andere twee voorgaan. Ditmaal niet omdat ik niet weet hoe het te vertellen, maar meer om wat ik kwijt wil. Dat is voorlopig nog niet zoveel. Wanneer ik de beurt krijg vertel ik echter toch iets meer, dan ik oorspronkelijk van plan was. Wat?
Nou ja, daar kom ik in een vervolg wel op terug
Wordt dus klaarblijkelijk weer vervolgd
Na een kleine tien minuten komt een vrouw bij de tafel naast de onze vragen of die vrouw die daar zit Sandra Di Bortolo van uitgeverij Fenikso is. Ik al druk zwaaiend naar haar dat ze bij ons moet zijn, maar klaarblijkelijk spreken we elk een andere gebarentaal. Sandra staat dus maar op en trekt als het ware de zoekende vrouw naar de juiste tafel. Het is Lonneke. Logisch, denk ik, ze ziet er ook uit als een Lonneke. Al vrij snel komt nummer drie ook, Ellen ziet er niet echt als een Ellen uit. Ik voel me lichtelijk nietig worden naast die twee goedgebekte tantes collegae. Gaandeweg word ik steeds stiller en luister naar de intelligente vragen van de andere dames. Sandra vertelt wat over de uitgeverij en het boek, de publiciteitscampagne van het vorige boek, over hoe het verder gaat, wat er van ons verwacht wordt, wat over het contract en vraagt ons iets over onze verhalen aan elkaar te vertellen.
Hier sla ik compleet dicht. En ik bedoel niet omdat “Niemand het mag weten”, maar ik weet me geen raad hoe en waar ik moet beginnen te vertellen. Eerst laat ik de andere dames dus ook maar lekker veilig voorgaan en luister geïnteresseerd naar hun verhalen. Intussen panisch zoekend naar woorden waarin ik mijn verhaal zal beschrijven. Van de andere twee verhalen krijg ik niet veel mee. Lonneke praat te zacht om boven het geroezemoes waar de ruimte mee gevuld is uit te komen. Ellen en Sandra schijnen hier geen last van te hebben, dus ik doe het ook maar met die paar woorden die ik wel kan opvangen. Ellen is wat beter te verstaan, maar niet te volgen voor mij. Teveel prikkels bereiken me van alle kanten, daar komt nog bij dat ik bedenken moet hoe ik straks mijn relaas moet doen. Het schaamrood vliegt me naar de kaken, wanneer de drie hun aandacht op mij vestigen.
“Nou Dana, vertel…,”
“Uh,” begin ik, vrij sterk, : “ Ik zou niet weten hoe ik moet beginnen.”
Heel rustig neemt Sandra het hier van me over. “Het is inderdaad een heel lastig verhaal om te gaan vertellen, zal ik een poging wagen?”
“Graag,” verzucht ik. Wat moeten ze wel niet van me denken. Vol vuur begint Sandra over mijn verhaal te vertellen. Inhoudelijk ga ik hier nu niet op door, tja, “Niemand mag het weten”
Na nog wat vragen van Lonneke over haar eigen verhaal of ze daar geen last mee gaat krijgen bij het gebruik van namen voor bepaalde personages, gaan we de contracten tekenen. Ik zet 10 x een paraaf en één keer een handtekening op het contract wat voor de uitgever bedoeld is, en steek mijn eigen pak papier bij me. We drukken handjes met elkaar, het voelt allemaal heel officieel aan.
Dan komt Sandra met een vraag iets over ons zelf te vertellen, wat we doen in het dagelijks leven, wat we met ons schrijven doen. Weer laat ik de andere twee voorgaan. Ditmaal niet omdat ik niet weet hoe het te vertellen, maar meer om wat ik kwijt wil. Dat is voorlopig nog niet zoveel. Wanneer ik de beurt krijg vertel ik echter toch iets meer, dan ik oorspronkelijk van plan was. Wat?
Nou ja, daar kom ik in een vervolg wel op terug
Wordt dus klaarblijkelijk weer vervolgd
zondag 21 april 2013
'Niemand mag het weten' : De eerste stappen zijn gezet
Een paar fikse petsen op mijn wangen zorgen voor de nodige blosjes. Wat
ministompjes op mijn ogen geven net een vleugje blauwgroene schaduw,
net genoeg. Ik bijt mijn lippen rooddoorbloedend. Mascara heb ik niet
nodig. Mijn natuurlijke uitstraling is toereikend. Gelukkig ben ik niet
doorgegaan met de wens van iemand uit mijn verleden. Ooit heb ik nog een
korte opleiding tot model en mannequin gevolgd. Ik leerde hoe ik me zo
elegant mogelijk moest omdraaien en hoe ik een bril af moest nemen om
een intelligente uitstraling te krijgen. Die opleiding werd nogal wreed
onderbroken door tussenkomst van een aantal hersenbloedinkjes en meer
van dat soort ongein. Gelukkig maar.
Het heeft allemaal zo moeten gebeuren en zo moeten zijn zoals het was. Het had een doel, dat weet ik nu zeker. Ik moest ik worden en mijn eigen dromen nastreven in plaats van die van iemand anders. De egoïste is geboren. Nu denk ik nog wel aan anderen maar óók aan mezelf.
Nog een snelle blik in de spiegel en een bemoedigend knikje van die vrouw die mij aan zit te kijken. Ik ben er klaar voor. Vluchtig controleren of ik alles bij me heb. Medicatie, verschoningen, pen en papier, borstel, telefoon, belangrijke nummers, portemonnee, treinkaartje en reisinformatie. Check, bijna alles is er, nog snel even een korte speurtocht naar mijn verstand, ik kan het in de gauwigheid niet vinden en neem dus maar genoegen met dat beetje zelfvertrouwen wat ik echt nodig heb om de rit goed te doorstaan. Manlief levert me keurig af op het station, hij wenst me succes en drukt me op het hart om vooral goed op mezelf te passen. Met een glimlach probeer ik hem gerust te stellen, maar weet dat ik daarin pas zal slagen bij veilige thuiskomst. De lieverd is tot dan nog geladener dan een hoogspanningskabel. Pure liefde. Gelukkig maar.
De treinreis duurt een half uur. Vroeger heb ik veel op ditzelfde traject gereisd. In mijn beleving is dit de eerste keer. De voorbijtrekkende bomen, huizen, wegen, weilanden, rondhobbelende beesten, alles is nieuw voor me. De wagon is nog niet halfvol. De vrouw waar ik tegenover ga zitten kijkt me afkeurend aan. Ze spreekt haar gedachten niet uit, maar haar gezicht vertaalt haar denkwijze voor me: ‘Waarom ga je niet ergens anders zitten? Er is toch plaats zat?’ Ze moest eens weten dat ik dit enkel en alleen doe om niet onzeker over te komen. Ik had me voorgenomen hoe dan ook, een gesprek in de trein aan te knopen. In plaats van mijn voornemen waar te maken bekijk ik de andere mensen en ontwijk hun blikken, net zoals ze de mijne ontwijken. Ik heb genoeg aan mezelf en meer dan genoeg aan mijn eigen gedachten. Gelukkig maar.
Eenmaal op het station aangekomen stap ik wat aarzelend uit. Het station in Zwolle ziet er zo heel anders uit dan in mijn herinnering, ik moet mij voor een kort moment oriënteren waar ik sta en waar ik naar toe moet. Lukraak kies ik de juiste richting, ’t is nog vroeg, nog niet eens kwart voor twee loop ik langs het Hotel Wientjes. Twee uur heb ik daar een afspraak met uitgeefster Sandra en twee van de negen andere schrijfsters van de bundel ‘Niemand mag het weten’. De ingang is hoog, je moet er een trap voor op, met kloppend hart loop ik verder, de zacht neerkomende regendruppels negerend. “Ik had een plu in mijn tas moeten stoppen,” fluister ik heel zachtjes, daar gaat mijn kapsel. “Ik had naar binnen moeten gaan, niet zolang moeten aarzelen, een trap beklimmen is helemaal niet erg. Ik kan het best, moet me gewoon vast houden aan de leuning. Da’s helemaal niet gek, daar zijn leuningen voor.” Wanneer ik aan het eind van de straat ben draai ik me om en loop langzaam weer de hele weg terug naar het station. Het stopt met regenen. Voor de tweede keer, ditmaal niet lukraak, wandel ik richting mijn afspraak. Ik zie mijn spiegeling in een donker raam, mijn haar ziet er nog redelijk uit. Gelukkig maar.
Acht minuten voor twee duw ik de deur van Hotel Wientjes open, tot zover heb ik het gered. Wat nu? Links, rechts, of rechtdoor?
“Waarmee kan ik u helpen?” De vriendelijke receptioniste achter de balie kijkt me vragend aan. Nu wordt er van mij verwacht dat ik iets terug zeg. Ik stamel uit dat ik een afspraak heb met Sandra Di Bortolo. Wanneer ze zegt dat niemand met die naam zich bij haar gemeld heeft, vraag ik me af of ik de uitspraak wel juist had. Een lichte paniek overvalt me. Ik zit hier toch wel goed? Wat nu als het allemaal enkel in mijn fantasie bestaat. Wat nou als niemand iets weet van het hele gedoe van ‘Niemand mag het weten’?
“Zoekt u maar gewoon even een plaatsje uit. Dan verwijs ik haar wel door, waar gaat u zitten?” De baliemedewerkster blijft geduldig wachten tot ik haar antwoord geef. Ik trek mijn jas uit, hang hem aan de kapstok en denk dan te zeggen dat ik nog een plaats moet zoeken. Loop dan tussen een rij tafels door. Daar achterin, in een knus hoekje met grote fauteuils zie ik een vrouw zitten met donker haar en een bril, zou dat??? Er valt een last van mijn schouders wanneer zij mij ook schijnt te herkennen. De vrouw staat op en geeft me een hand. Ik heb het gered, voor het eerst van de dag ontspan ik een beetje. Gelukkig maar.
Wordt natuurlijk vervolgd
Het heeft allemaal zo moeten gebeuren en zo moeten zijn zoals het was. Het had een doel, dat weet ik nu zeker. Ik moest ik worden en mijn eigen dromen nastreven in plaats van die van iemand anders. De egoïste is geboren. Nu denk ik nog wel aan anderen maar óók aan mezelf.
Nog een snelle blik in de spiegel en een bemoedigend knikje van die vrouw die mij aan zit te kijken. Ik ben er klaar voor. Vluchtig controleren of ik alles bij me heb. Medicatie, verschoningen, pen en papier, borstel, telefoon, belangrijke nummers, portemonnee, treinkaartje en reisinformatie. Check, bijna alles is er, nog snel even een korte speurtocht naar mijn verstand, ik kan het in de gauwigheid niet vinden en neem dus maar genoegen met dat beetje zelfvertrouwen wat ik echt nodig heb om de rit goed te doorstaan. Manlief levert me keurig af op het station, hij wenst me succes en drukt me op het hart om vooral goed op mezelf te passen. Met een glimlach probeer ik hem gerust te stellen, maar weet dat ik daarin pas zal slagen bij veilige thuiskomst. De lieverd is tot dan nog geladener dan een hoogspanningskabel. Pure liefde. Gelukkig maar.
De treinreis duurt een half uur. Vroeger heb ik veel op ditzelfde traject gereisd. In mijn beleving is dit de eerste keer. De voorbijtrekkende bomen, huizen, wegen, weilanden, rondhobbelende beesten, alles is nieuw voor me. De wagon is nog niet halfvol. De vrouw waar ik tegenover ga zitten kijkt me afkeurend aan. Ze spreekt haar gedachten niet uit, maar haar gezicht vertaalt haar denkwijze voor me: ‘Waarom ga je niet ergens anders zitten? Er is toch plaats zat?’ Ze moest eens weten dat ik dit enkel en alleen doe om niet onzeker over te komen. Ik had me voorgenomen hoe dan ook, een gesprek in de trein aan te knopen. In plaats van mijn voornemen waar te maken bekijk ik de andere mensen en ontwijk hun blikken, net zoals ze de mijne ontwijken. Ik heb genoeg aan mezelf en meer dan genoeg aan mijn eigen gedachten. Gelukkig maar.
Eenmaal op het station aangekomen stap ik wat aarzelend uit. Het station in Zwolle ziet er zo heel anders uit dan in mijn herinnering, ik moet mij voor een kort moment oriënteren waar ik sta en waar ik naar toe moet. Lukraak kies ik de juiste richting, ’t is nog vroeg, nog niet eens kwart voor twee loop ik langs het Hotel Wientjes. Twee uur heb ik daar een afspraak met uitgeefster Sandra en twee van de negen andere schrijfsters van de bundel ‘Niemand mag het weten’. De ingang is hoog, je moet er een trap voor op, met kloppend hart loop ik verder, de zacht neerkomende regendruppels negerend. “Ik had een plu in mijn tas moeten stoppen,” fluister ik heel zachtjes, daar gaat mijn kapsel. “Ik had naar binnen moeten gaan, niet zolang moeten aarzelen, een trap beklimmen is helemaal niet erg. Ik kan het best, moet me gewoon vast houden aan de leuning. Da’s helemaal niet gek, daar zijn leuningen voor.” Wanneer ik aan het eind van de straat ben draai ik me om en loop langzaam weer de hele weg terug naar het station. Het stopt met regenen. Voor de tweede keer, ditmaal niet lukraak, wandel ik richting mijn afspraak. Ik zie mijn spiegeling in een donker raam, mijn haar ziet er nog redelijk uit. Gelukkig maar.
Acht minuten voor twee duw ik de deur van Hotel Wientjes open, tot zover heb ik het gered. Wat nu? Links, rechts, of rechtdoor?
“Waarmee kan ik u helpen?” De vriendelijke receptioniste achter de balie kijkt me vragend aan. Nu wordt er van mij verwacht dat ik iets terug zeg. Ik stamel uit dat ik een afspraak heb met Sandra Di Bortolo. Wanneer ze zegt dat niemand met die naam zich bij haar gemeld heeft, vraag ik me af of ik de uitspraak wel juist had. Een lichte paniek overvalt me. Ik zit hier toch wel goed? Wat nu als het allemaal enkel in mijn fantasie bestaat. Wat nou als niemand iets weet van het hele gedoe van ‘Niemand mag het weten’?
“Zoekt u maar gewoon even een plaatsje uit. Dan verwijs ik haar wel door, waar gaat u zitten?” De baliemedewerkster blijft geduldig wachten tot ik haar antwoord geef. Ik trek mijn jas uit, hang hem aan de kapstok en denk dan te zeggen dat ik nog een plaats moet zoeken. Loop dan tussen een rij tafels door. Daar achterin, in een knus hoekje met grote fauteuils zie ik een vrouw zitten met donker haar en een bril, zou dat??? Er valt een last van mijn schouders wanneer zij mij ook schijnt te herkennen. De vrouw staat op en geeft me een hand. Ik heb het gered, voor het eerst van de dag ontspan ik een beetje. Gelukkig maar.
Wordt natuurlijk vervolgd
maandag 8 april 2013
Niemand mag het weten... en toch...
Het is begin april, al eventjes, vanaf de eerst van deze maand heb ik mijn mailbox heel goed in de gaten gehouden, vol spanning. Waarop zat ik zo nerveus te wachten? Op tot ik de lang verwachte verlossende woorden zou lezen: Helaas, je verhaal is niet door de strenge jury selectie gekomen
Vandaag was het dan eindelijk zover, in mijn mailbox verscheen een bericht van Sandra, dir. uitgeverij Fenikso. Eerst wou ik de droom nog even rekken, maar uiteindelijk klikte ik het bericht aan en de droom lek.
Hè, wat is dat nou? Wat lees ik daar? Tot mijn grote schrik en verbazing? Helemaal wit weggetrokken, zat ik even roerloos de tekst tot me door te laten dringen.
"Ook dat nog, ook dat nog, het is toch niet te geloven!" Op mijn verdwaasde vertwijfelde uitroepen kwam mijn man vragen wat er zo dramatisch ergs was gebeurd.
"Ik ben door," bracht ik met een benepen piepstemmetje uit.
Langzaam druppelden de eerste felicitaties binnen en nu pas durf ik me een beetje blij te voelen. Natuurlijk zie ik er geweldig tegenop. Maar dat gaat vast wel goed komen. Voorzichtigjes aan jubel ik nu nog bescheiden, maar niet minder gemeend HOERA.
"Niemand mag het weten" is de naam van een bundel die in dit najaar uitgegeven wordt. Mijn verhaal komt samen met 9 andere verhalen van ongeveer 5000 woorden in het boek. De cover met daarop de namen van alle schrijvers vermeld, is al ontworpen.
Vandaag was het dan eindelijk zover, in mijn mailbox verscheen een bericht van Sandra, dir. uitgeverij Fenikso. Eerst wou ik de droom nog even rekken, maar uiteindelijk klikte ik het bericht aan en de droom lek.
Hè, wat is dat nou? Wat lees ik daar? Tot mijn grote schrik en verbazing? Helemaal wit weggetrokken, zat ik even roerloos de tekst tot me door te laten dringen.
"Ook dat nog, ook dat nog, het is toch niet te geloven!" Op mijn verdwaasde vertwijfelde uitroepen kwam mijn man vragen wat er zo dramatisch ergs was gebeurd.
"Ik ben door," bracht ik met een benepen piepstemmetje uit.
Langzaam druppelden de eerste felicitaties binnen en nu pas durf ik me een beetje blij te voelen. Natuurlijk zie ik er geweldig tegenop. Maar dat gaat vast wel goed komen. Voorzichtigjes aan jubel ik nu nog bescheiden, maar niet minder gemeend HOERA.
"Niemand mag het weten" is de naam van een bundel die in dit najaar uitgegeven wordt. Mijn verhaal komt samen met 9 andere verhalen van ongeveer 5000 woorden in het boek. De cover met daarop de namen van alle schrijvers vermeld, is al ontworpen.
vrijdag 29 maart 2013
De kei
Geschreven voor een kei van een vrouw
Moed houden
wij zijn bij je
willen je steunen
door dik, zelfs door dun
Je bent een sterke vrouw
Je laat je niet kennen
Gaat er echt niet aan onderdoor
Ach kom nou
Nee niet jij
Jij bent altijd een rots
Kan elke storm aan
Breekt nooit door midden
Blijft zoals het een
ware kanjer betaamd
immer fier rechtop staan
Al beukt het leven
nog zo hard
en stevig als ’t maar kan
tegen je aan
jij kan het immer an
Geen ziekte krijgt je klein
geen kwade cellen
geen suiker
of welk ander gebrek dan ook
maakt je gek
Maar
dit is een ware leugen
het grootst bedrog ter wereld
want
je bent ook maar een mens
hoe geweldig ook
hoe sterk
hoe krachtig
en hoe prachtig
immer met een grap en grol
met goede raad, vooral vaak gratis
vrolijk vrij en blij
en ook niet bang
om iemand de waarheid te vertellen
als hij of zij daar beter van wordt
je kan met je lachen
maar ook huilen
je zegt altijd waar het op staat
dus ook
in mindere tijden
geef je toe:
“ik weet het ook even niet meer
hoe ik het geluk nu in kan passen
het hoeft van mij niet langer
ik ben op
nee, ik word echt niet banger
maar ben aan het eind gekomen
aan het eind van mijn kunnen
mijn geluk is op
wil het aan een ander gunnen”
Lieve Leen,
wanneer je wil
pak het recht
staak het gevecht
zoals elk mens
Bereik ook jij eens je grens
xxx
© Dana Martens
zondag 24 maart 2013
Minnaar meegeleverd ...
In staat van opwinding zit ik vandaag te wachten op
de komst van het pakket. Weldra zou ik doorhebben of mijn verwachtingspatroon
reëel zou zijn of op een luchtkasteel gefundeerd is. Wellicht ben ik de
zoveelste snoodaard die in het verkooppraatje van de geslepen colporteur is
getrapt. Met wijd opengesperde ogen had
ik blind geloofd dat dit product mij hemelse voldoening zou geven. Gretig had ik gelijk
hongerig toegehapt. De weldaad die hij beschreef, stond mij wel aan. Op
magische wijze zouden mijn ruggengraat en gewrichten in hun natuurlijke positie
de welverdiende rust gunnen. De drukverlagende en temperatuurgevoelige
eigenschappen van het in 7-zones geprofileerde traagschuim stonden garant voor
een zaligmakende nacht. De unieke
technologie van de ClimaBest Protector zou als klap op de vuurpijl zorgen voor
een optimale ventilatie en anti allergische werking. “U kunt dus genieten van
een ongestoorde nachtrust,”sloot hij zijn promotieratel af. Ik zou de nacht der
nachten hebben en totaal als een herboren mens weer opstaan. In die
veelbelovende hemel, wou ik ook wel eens een kijkje nemen. Ik stak er graag
mijn vakantiegeld in.
Over erotiek had hij niets gezegd. Hoe lang geleden
was het niet voor mij geweest dat ik die complete seksuele geneugtes had
beleefd. De gedachte was niet eens bij mij opgekomen. Had ik mezelf
gerealiseerd dat ik nog in staat zou zijn om dat kriebelende gevoel in mijn
onderbuik te voelen, dan was het misschien nog denkbaar geweest dat ik hier enigszins
naar geïnformeerd had. “Hoe staat het met de wilde nachten. Is het matras wel
bestendig tegen explosieve uitbarstingen?” prevel ik zachtjes. Te laat, veel te
laat.
Er stopt een bestelbusje voor mijn huis, pal voor
mijn deur. De blonde god die eruit stapt is een extraatje, bij het matras geleverd.
Wat een lijf, wat een uitstraling. Geen overdadige vieze spiermassa, maar een perfect
geproportioneerd lichaam. Gemaakt om seksuele genoegdoening te bezorgen. Ik
snel me naar de deur en met een graagte die ik lange tijd niet gevoeld heb,
laat ik de seksbom binnen. “Uw hemelse matras, waar wilt u het hebben?”
Lichtelijk kwijlend laat ik hem voorgaan, de trap op, de slaapkamer in. Voor
het eerst sinds lange tijd voel ik mijn slip vochtig worden door wat anders dan
het inmiddels mij zo bekende incontinentie probleem. Zijn glimlach maakt me
week en ik geef in trance antwoord op de vraag hoe laat ik naar bed ga. “Dan
wens ik u fantastische uren na tienen, maak het bed met zorg en liefde op en ik
laat mezelf wel uit.” Voor ik enig versierpoging op hem losgelaten heb is hij
weer naar beneden gelopen. Ik hoor hoe hij de deur achter zich in het slot
trekt. Gemiste kans.
Ik verheug me op de nacht die komen gaat. Kan bijna
niet wachten. De uren lijken deze dag nog meer dan andere dagen pijnlijk
vooruit te kruipen. Wanneer ik eenmaal tussen de lakens lig bedenk ik me dat ik
de voordeur vergeten ben op de haak te zetten. Kreunend doe ik mijn ogen dicht,
net nu ik zo lekker lig… Zal ik er nog uitgaan?
Het
morrelend geluid van een sleutel die moeite heeft om het slot te vinden, doet
me de oren spitsen. Is dat hier? Is dat in mijn huis? Bewegingloos blijf ik
liggen, mijn adem inhoudend om vooral niets van de geluiden te hoeven missen.
Griezels, het is hier, klos klos, iemand komt de trap oplopen, de deur van mijn
slaapkamer gaat piepend open. Zonder wat te zeggen komt hij op me af. Mijn hart
gaat als een razende tekeer. Mijn mond voelt kurkdroog aan, slikken lukt niet. Paniek
slaat toe, ik ben totaal niet in staat om me te verweren. Verlamd en niet
alleen van angst. Herken ik daar vaag de blonde hemelbezorger van die ochtend?
Ik wil hem vragen wat hij hier komt doen. Er komt geen geluid uit mijn mond.
Zijn handen strelen mijn huid, de vingers gaan op onderzoek naar erotisch
prikkelende reactie. Het blijft uit. Ik merk zijn tedere aanrakingen niet. Zijn
vakkundig pogen mij naar een hoogtepunt te brengen loopt uit op een deceptie.
Als een zombie lig ik daar. Wanhopig zoekend naar een manier om van zijn
onverwachtse nachtelijke bezoek intens te kunnen genieten. Nee, schreeuw ik van
binnen, nee, niet weer, niet opnieuw. Mijn ergste nachtmerrie wordt
werkelijkheid. Verlamd van top tot teen, niets kunnen bewegen, niets kunnen
voelen, geen pijn… maar ook geen genot. Tranen komen uit mijn ogen rollen, het
vermengd zich met het zweet uit de poriën van mijn huid. Het absorberend
vermogen van het matras redt me van verdrinkingsdood. Verlangen naar gevoel
overstijgt het verlangen naar bewegen. Uiteindelijk berust ik in mijn lot en
sluit de ogen. Ik kan het niet aan
om zijn teleurstelling ook nog
eens te bemerken. Vermoeid val ik bewegingloos in slaap.
Trrrrrr trrrrrrr. De wekker verlost mij uit mijn
lijden. Gelijk voel ik scherpe steken in mijn enkel, mijn hele been staat
figuurlijk in lichterlaaie, mijn arm prikt, mijn hele lijf voelt stram en stijf.
Gelukkig, denk ik, het was maar een droom. Dankbaar draai ik me op mijn zij en
duw ik met mijn hand mezelf omhoog. Precies zoals ik het iedere ochtend doe. Wat
geniet ik van mijn kunnen voelen, al zijn het helse pijnen, heerlijk vind ik
het mijn lijf weer te ervaren, weer te kunnen bewegen, weer prikkels waar te
kunnen nemen. Met het motto voelen is fijn leer ik ook pijn te waarderen. Toch
kan ik het niet helpen dat ik soms wens weg te kunnen dromen in een wereld waar
ik vrij kan bewegen zonder hierbij pijn te voelen, dat zou pas het ware hemelse
genot voor me zijn.
Eerst maar eens de matrassenzaak bellen om mijn
grieven kenbaar te maken, de beloofde zaligmakende nacht heb ik niet beleefd.
Het matras kan weer opgehaald worden. Ditmaal ben ik voorbereid en laat ik de
bezorger, annex seksbom me niet ontglippen.
© Dana Martens
Abonneren op:
Posts (Atom)

